BWBR0013312
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 3
Regeling elektronisch-geldinstellingen
1. De elektronisch-geldinstelling beschikt doorlopend over een eigen vermogen dat ten minste gelijk is aan 2% van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het gemiddelde over de laatste zes maanden van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.
2. Wanneer de elektronisch-geldinstelling haar werkzaamheden nog geen zes maanden uitoefent (met inbegrip van de dag waarop zij haar werkzaamheden heeft aangevangen), is haar eigen vermogen ten minste gelijk aan 2% van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.
2. Wanneer de elektronisch-geldinstelling haar werkzaamheden nog geen zes maanden uitoefent (met inbegrip van de dag waarop zij haar werkzaamheden heeft aangevangen), is haar eigen vermogen ten minste gelijk aan 2% van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013312
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl