BWBR0013312
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 10
Regeling elektronisch-geldinstellingen
1. De maximale omvang van de door de elektronisch-geldinstelling bij één kredietinstelling aan te houden beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c en d, wordt vastgesteld op 25% van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.
2. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op de elektronisch-geldinstelling waarvan de omvang van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, minder bedraagt dan 50 miljoen euro.
2. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op de elektronisch-geldinstelling waarvan de omvang van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, minder bedraagt dan 50 miljoen euro.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013312
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl