BWBR0013312
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 16
Regeling elektronisch-geldinstellingen
1. De elektronisch-geldinstelling draagt zorg voor het voortdurend ter beschikking hebben van voldoende liquide middelen om tijdig te kunnen voldoen aan haar betalingsverplichtingen zoals die met het uitstaand elektronisch geld en met haar overige verplichtingen verband houden.
2. De elektronisch-geldinstelling houdt ten minste 20% van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen aan in de vorm van direct opvraagbare deposito's dan wel onherroepelijke stand-by faciliteiten bij kredietinstellingen gevestigd in G10- of EU-landen, of in de vorm van direct bij de centrale banken beleenbaar papier tegen de beleningswaarde.
3. Als voldoende liquide instrumenten in de zin van het eerste lid worden uitsluitend aangemerkt de instrumenten die voldoen aan de in artikel 11 opgenomen vereisten.
2. De elektronisch-geldinstelling houdt ten minste 20% van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen aan in de vorm van direct opvraagbare deposito's dan wel onherroepelijke stand-by faciliteiten bij kredietinstellingen gevestigd in G10- of EU-landen, of in de vorm van direct bij de centrale banken beleenbaar papier tegen de beleningswaarde.
3. Als voldoende liquide instrumenten in de zin van het eerste lid worden uitsluitend aangemerkt de instrumenten die voldoen aan de in artikel 11 opgenomen vereisten.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013312
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl