BWBR0013304
Geldig vanaf 2001-12-30
Artikel 4
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002
Het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, is voor:
a. een fundamenteel onderzoeksproject: 90% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-
b. een industrieel haalbaarheidsproject: 75% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-;
c. een industrieel onderzoeksproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 500.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 60% is en het maximale subsidiebedrag € 500.000,- is, indien: 1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
d. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-;
e. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: 25% tot een maximaal subsidiebedrag van € 500.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 35% is, indien: 1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
f. een demonstratieproject: 30% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 500.000,-, en voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 500.000,-, over het meerdere 25%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer is dan € 2.500.000,-;
g. een marktintroductieproject: 25% tot een maximaal subsidiebedrag van € 2.500.000,-;
h. een toepassingsproject: 15% tot een maximaal subsidiebedrag van € 250.000,-.
a. een fundamenteel onderzoeksproject: 90% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-
b. een industrieel haalbaarheidsproject: 75% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-;
c. een industrieel onderzoeksproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 500.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 60% is en het maximale subsidiebedrag € 500.000,- is, indien: 1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
d. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 100.000,-;
e. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: 25% tot een maximaal subsidiebedrag van € 500.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 35% is, indien: 1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
1º. de subsidieaanvrager geen ondernemer is, of
2º. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107);
f. een demonstratieproject: 30% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 500.000,-, en voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 500.000,-, over het meerdere 25%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer is dan € 2.500.000,-;
g. een marktintroductieproject: 25% tot een maximaal subsidiebedrag van € 2.500.000,-;
h. een toepassingsproject: 15% tot een maximaal subsidiebedrag van € 250.000,-.