BWBR0013304
Geldig vanaf 2001-12-30
Artikel 10c
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
2. Het Subsidieprogramma klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers 2002 heeft tot doel het bevorderen van het ontwerpen van ketens, alsmede het tot stand brengen van formele allianties voor de productie en algemene toepassing van klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, waarbij: 1º. de hoofdlijnen van het ketenontwerp inzichtelijk worden gemaakt;
2º. de vorming van een formele alliantie wordt onderzocht, en
3º. de planning erop is gericht dat het project voor 1 januari 2003 is afgerond;
1º. de hoofdlijnen van het ketenontwerp inzichtelijk worden gemaakt;
2º. de vorming van een formele alliantie wordt onderzocht, en
3º. de planning erop is gericht dat het project voor 1 januari 2003 is afgerond;
b. het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, waarbij: 1º. voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd;
2º. een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
3º. eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en
4º. de planning erop is gericht dat het project vóór 1 juni 2003 is afgerond.
1º. voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd;
2º. een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
3º. eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en
4º. de planning erop is gericht dat het project vóór 1 juni 2003 is afgerond.
4. Een project als bedoeld in het derde lid, komt voorts alleen voor subsidie in aanmerking indien de aanvraag tot subsidieverlening mede is ingediend door een partij die de mogelijkheid en de capaciteit heeft om de techniek grootschalig op de markt te introduceren.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van de indirecte loonkosten en de kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
7. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2002 bedraagt € 1.700.000,-, waarvan voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten ten hoogste € 200.000,- beschikbaar is.
8. Aanvragen tot subsidieverlening worden per projectcategorie gelijktijdig beoordeeld op basis van een onderlinge vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van dit subsidieprogramma.
9. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon, met dien verstande dat een aanvraag tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject wordt ingediend door de deelnemers aan de formele alliantie.
10. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject wordt ingediend voor 25 april 2002 en voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject voor 17 juni 2002.
2. Het Subsidieprogramma klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers 2002 heeft tot doel het bevorderen van het ontwerpen van ketens, alsmede het tot stand brengen van formele allianties voor de productie en algemene toepassing van klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, waarbij: 1º. de hoofdlijnen van het ketenontwerp inzichtelijk worden gemaakt;
2º. de vorming van een formele alliantie wordt onderzocht, en
3º. de planning erop is gericht dat het project voor 1 januari 2003 is afgerond;
1º. de hoofdlijnen van het ketenontwerp inzichtelijk worden gemaakt;
2º. de vorming van een formele alliantie wordt onderzocht, en
3º. de planning erop is gericht dat het project voor 1 januari 2003 is afgerond;
b. het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, waarbij: 1º. voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd;
2º. een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
3º. eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en
4º. de planning erop is gericht dat het project vóór 1 juni 2003 is afgerond.
1º. voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd;
2º. een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
3º. eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en
4º. de planning erop is gericht dat het project vóór 1 juni 2003 is afgerond.
4. Een project als bedoeld in het derde lid, komt voorts alleen voor subsidie in aanmerking indien de aanvraag tot subsidieverlening mede is ingediend door een partij die de mogelijkheid en de capaciteit heeft om de techniek grootschalig op de markt te introduceren.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van de indirecte loonkosten en de kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
7. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2002 bedraagt € 1.700.000,-, waarvan voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten ten hoogste € 200.000,- beschikbaar is.
8. Aanvragen tot subsidieverlening worden per projectcategorie gelijktijdig beoordeeld op basis van een onderlinge vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van dit subsidieprogramma.
9. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon, met dien verstande dat een aanvraag tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject wordt ingediend door de deelnemers aan de formele alliantie.
10. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject wordt ingediend voor 25 april 2002 en voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject voor 17 juni 2002.