BWBR0013304
Geldig vanaf 2001-12-30
Artikel 10d
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002
1. Het subsidieprogramma stimulering productgerichte milieuzorg 2002 heeft tot doel het stimuleren van de verdere ontwikkeling en verspreiding van productgerichte milieuzorgsystemen, gericht op continue verbetering en beheersing van de milieuprestaties van producten en diensten in de keten.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een industrieel onderzoeksproject betreft, waarbij prioriteit wordt gegeven aan ondernemingen die bij de inschrijving in het Handelsregister blijkens de Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel 1995 is ingedeeld onder sectie D (Industrie) van die bedrijfsindeling.
3. Een project komt niet voor subsidieverlening in aanmerking indien:
a. de subsidiabele kosten lager zijn dan € 11.500,
b. het voor de desbetreffende projectcategorie beschikbare bedrag, genoemd in het tiende lid, wordt overschreden, of
c. op basis van de aspecten, genoemd in het vierde lid, wordt vastgesteld dat het project een naar het oordeel van de minister te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden, onverminderd artikel 2, tweede lid, de volgende aspecten betrokken:
a. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en de beoogde resultaten ervan;
b. de meerwaarde van het project, waarbij in elk geval wordt gelet op: de mate waarin relevante informatie aan de bestaande kennis wordt toegevoegd,
de toepassingsmogelijkheden van de ontwikkelde kennis,
het uitstralingseffect, en
de voorbeeldwerking;
de mate waarin relevante informatie aan de bestaande kennis wordt toegevoegd,
de toepassingsmogelijkheden van de ontwikkelde kennis,
het uitstralingseffect, en
de voorbeeldwerking;
c. de slaagkans van het project, waarbij in elk geval wordt gelet op: 1º. de opzet en aanpak, en
2º. het commitment van de aanvragers en de overige bij het project betrokkenen;
1º. de opzet en aanpak, en
2º. het commitment van de aanvragers en de overige bij het project betrokkenen;
d. de mate waarin er sprake is van een systematische beheersstructuur, uitgaande van de drie kenmerken van productgerichte milieuzorg: 1º. verankering door middel van een zorgsysteem,
2º. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten, en
3º. betrokkenheid van partijen in de productketen.
1º. verankering door middel van een zorgsysteem,
2º. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten, en
3º. betrokkenheid van partijen in de productketen.
5. Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 3°, 4° en 6°, is niet van toepassing op een project als bedoeld in het tweede lid.
6. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager van subsidie geldende en controleerbare methodiek.
7. De hoogte van het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, is voor:
a. een industrieel onderzoeksproject van een intermediaire organisatie: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 60.000, en
b. een industrieel onderzoeksproject van een onderneming: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 50.000.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van een aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. De subsidieontvanger:
a. neemt, overeenkomstig artikel 10, onderdeel g, van het Besluit milieusubsidies, deel aan contractormeetings en
b. verstrekt het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies binnen zes maanden na uitvoering van het project aan de minister aan de hand van een door de minister voorgeschreven model.
10. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2002 bedraagt € 724.000.
11. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een onderneming of door een intermediaire organisatie namens ondernemingen.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse Onderneming Voor Energie en Milieu B.V. met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend vóór 15 oktober 2002.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een industrieel onderzoeksproject betreft, waarbij prioriteit wordt gegeven aan ondernemingen die bij de inschrijving in het Handelsregister blijkens de Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel 1995 is ingedeeld onder sectie D (Industrie) van die bedrijfsindeling.
3. Een project komt niet voor subsidieverlening in aanmerking indien:
a. de subsidiabele kosten lager zijn dan € 11.500,
b. het voor de desbetreffende projectcategorie beschikbare bedrag, genoemd in het tiende lid, wordt overschreden, of
c. op basis van de aspecten, genoemd in het vierde lid, wordt vastgesteld dat het project een naar het oordeel van de minister te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden, onverminderd artikel 2, tweede lid, de volgende aspecten betrokken:
a. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en de beoogde resultaten ervan;
b. de meerwaarde van het project, waarbij in elk geval wordt gelet op: de mate waarin relevante informatie aan de bestaande kennis wordt toegevoegd,
de toepassingsmogelijkheden van de ontwikkelde kennis,
het uitstralingseffect, en
de voorbeeldwerking;
de mate waarin relevante informatie aan de bestaande kennis wordt toegevoegd,
de toepassingsmogelijkheden van de ontwikkelde kennis,
het uitstralingseffect, en
de voorbeeldwerking;
c. de slaagkans van het project, waarbij in elk geval wordt gelet op: 1º. de opzet en aanpak, en
2º. het commitment van de aanvragers en de overige bij het project betrokkenen;
1º. de opzet en aanpak, en
2º. het commitment van de aanvragers en de overige bij het project betrokkenen;
d. de mate waarin er sprake is van een systematische beheersstructuur, uitgaande van de drie kenmerken van productgerichte milieuzorg: 1º. verankering door middel van een zorgsysteem,
2º. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten, en
3º. betrokkenheid van partijen in de productketen.
1º. verankering door middel van een zorgsysteem,
2º. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten, en
3º. betrokkenheid van partijen in de productketen.
5. Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 3°, 4° en 6°, is niet van toepassing op een project als bedoeld in het tweede lid.
6. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager van subsidie geldende en controleerbare methodiek.
7. De hoogte van het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, is voor:
a. een industrieel onderzoeksproject van een intermediaire organisatie: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 60.000, en
b. een industrieel onderzoeksproject van een onderneming: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van € 50.000.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van een aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. De subsidieontvanger:
a. neemt, overeenkomstig artikel 10, onderdeel g, van het Besluit milieusubsidies, deel aan contractormeetings en
b. verstrekt het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies binnen zes maanden na uitvoering van het project aan de minister aan de hand van een door de minister voorgeschreven model.
10. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2002 bedraagt € 724.000.
11. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een onderneming of door een intermediaire organisatie namens ondernemingen.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse Onderneming Voor Energie en Milieu B.V. met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend vóór 15 oktober 2002.