BWBR0013304
Geldig vanaf 2001-12-30
Artikel 2
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002
1. Subsidie kan worden verstrekt, indien de subsidieaanvrager in hoofdzaak in Nederland een project uitvoert dat, mede gelet op in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover deze van toepassing zijn, naar het oordeel van de minister bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van een subsidieprogramma als bedoeld in deze regeling.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste;
b. de kosten van het project;
c. de oorspronkelijkheid van het project;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die door uitvoering van het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid;
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft en de markt daarvoor;
h. het belang van het project voor andere gepubliceerde doelstellingen van de overheid.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste;
b. de kosten van het project;
c. de oorspronkelijkheid van het project;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die door uitvoering van het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid;
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft en de markt daarvoor;
h. het belang van het project voor andere gepubliceerde doelstellingen van de overheid.