BWBR0013299
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 8
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat uiterlijk op 20 september van het jaar volgend op het kalenderjaar de minister opgave van de voor subsidie in aanmerking komende kosten voortvloeiend uit overeenkomsten voor kinderopvang, bedoeld in deze regeling, daaronder niet begrepen uitvoeringskosten, heeft ontvangen. Deze jaaropgave is, indien de opgave betrekking heeft op een subsidiebedrag hoger dan € 50.000,-, voorzien van een verklaring van de accountant, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewetvoorgeschreven controle omtrent de juistheid van gegevens.
2. De jaaropgave en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zijn ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3respectievelijk bijlage 4.
3. De verklaring van de accountant, bedoeld in het eerste lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.
2. De jaaropgave en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zijn ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3respectievelijk bijlage 4.
3. De verklaring van de accountant, bedoeld in het eerste lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.