BWBR0013299
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 2
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders
1. De minister verstrekt op aanvraag aan een gemeente subsidie voor de door de gemeenten in het kalenderjaar te maken kosten voor kinderopvangplaatsen voortvloeiend uit overeenkomsten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, ten behoeve van alleenstaande ouders die als zodanig in dat jaar:
a. algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand, en: 1º. betaalde arbeid verrichten, of
2º. gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
1º. betaalde arbeid verrichten, of
2º. gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
b. geen algemene bijstand meer ontvangen als bedoeld in de Wet werk en bijstand wegens het direct daarop aansluitend verrichten van betaalde arbeid, waaronder begrepen arbeid in de vorm van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, en arbeid als bedoeld in de Regeling schoonmaakdiensten particulieren, waarbij, met inachtneming van artikel 12, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, het bekostigen van de kinderopvang nog steeds noodzakelijk is om die arbeid te kunnen blijven verrichten;
c. een uitkering ontvangen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
d. de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, scholing of een opleiding volgen dan wel betaalde arbeid verrichten, en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste of vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen.
2. Met algemene bijstand als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt gelijkgesteld een uitkering op grond van enige sociale zekerheidswet waarvan de hoogte de bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder niet te boven gaat indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders het ontbreken van de bekostiging van kinderopvang ten aanzien van de betreffende alleenstaande ouder zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
3. Gemeenten hebben geen recht op subsidie voor de te maken kosten voor kinderopvang op basis van deze regeling voor alleenstaande ouders ten aanzien van wie artikel 74 van de Werkloosheidswetof artikel 22a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicaptenvan toepassing is.
a. algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand, en: 1º. betaalde arbeid verrichten, of
2º. gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
1º. betaalde arbeid verrichten, of
2º. gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
b. geen algemene bijstand meer ontvangen als bedoeld in de Wet werk en bijstand wegens het direct daarop aansluitend verrichten van betaalde arbeid, waaronder begrepen arbeid in de vorm van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, en arbeid als bedoeld in de Regeling schoonmaakdiensten particulieren, waarbij, met inachtneming van artikel 12, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, het bekostigen van de kinderopvang nog steeds noodzakelijk is om die arbeid te kunnen blijven verrichten;
c. een uitkering ontvangen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
d. de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, scholing of een opleiding volgen dan wel betaalde arbeid verrichten, en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste of vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen.
2. Met algemene bijstand als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt gelijkgesteld een uitkering op grond van enige sociale zekerheidswet waarvan de hoogte de bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder niet te boven gaat indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders het ontbreken van de bekostiging van kinderopvang ten aanzien van de betreffende alleenstaande ouder zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
3. Gemeenten hebben geen recht op subsidie voor de te maken kosten voor kinderopvang op basis van deze regeling voor alleenstaande ouders ten aanzien van wie artikel 74 van de Werkloosheidswetof artikel 22a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicaptenvan toepassing is.