BWBR0013184
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 6
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM
De directeuren, inspecteurs en hun plaatsvervangers zijn bevoegd de aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 3 eerste lid onder b van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002verleende bevoegdheden inzake het beheer van hun Directie of Inspectie, met inachtneming van het gestelde in artikel 5van deze regeling, uit te oefenen voorzover hier een budget voor beschikbaar is gesteld.