BWBR0013184
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 16
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM
1. De inspecteur-generaal, plaatsvervangend inspecteur-generaal, directeuren en inspecteurs zijn gehouden toe te zien op de naleving van deze regeling en van eventuele andere mandaten, volmachten en machtigingen alsmede van de aan de uitoefening daarvan verbonden algemene en bijzondere aanwijzingen.
2. Een mandaat, volmacht en/of machtiging wordt direct gezonden aan de directeur Bedrijfsvoering.
3. De directeur Bedrijfsvoering draagt er zorg voor dat een register wordt bijgehouden van alle gemandateerden, ge(vol)machtigden en van de inhoud van hun mandaat, volmacht c.q. machtiging.
2. Een mandaat, volmacht en/of machtiging wordt direct gezonden aan de directeur Bedrijfsvoering.
3. De directeur Bedrijfsvoering draagt er zorg voor dat een register wordt bijgehouden van alle gemandateerden, ge(vol)machtigden en van de inhoud van hun mandaat, volmacht c.q. machtiging.