BWBR0013184
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 14
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM
1. De uitoefening van de volmacht en de machtiging geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken, de functieomschrijving en het Organisatiebesluit en met inachtneming van het ter zake geldende recht alsmede de voor de rijksdienst en voor het Ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels.
2. Het verrichten van (rechts)handelingen met betrekking tot aangelegenheden met mogelijk financiële gevolgen geschiedt overigens met inachtneming van:
a. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte
b. de voor de gemandateerde geldende budgetten en bestedingsplannen
c. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet en de aanwijzingen van de directeur Financiële en Economische Zaken op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving
d. het gestelde in de algemene richtlijnen van de VROM Inspectie ten aanzien van het financiële beheer.
2. Het verrichten van (rechts)handelingen met betrekking tot aangelegenheden met mogelijk financiële gevolgen geschiedt overigens met inachtneming van:
a. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte
b. de voor de gemandateerde geldende budgetten en bestedingsplannen
c. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet en de aanwijzingen van de directeur Financiële en Economische Zaken op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving
d. het gestelde in de algemene richtlijnen van de VROM Inspectie ten aanzien van het financiële beheer.