BWBR0013184
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 10
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM
1. Bij afwezigheid van de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal kunnen, voor de duur van de afwezigheid, voor zaken die geen uitstel gedogen, hun bevoegdheden worden uitgeoefend door een directeur of inspecteur of door een daartoe door de inspecteur-generaal gemandateerde functionaris.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013184
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl