BWBR0012098
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 3
Tijdelijke beloningsregeling nachtarbeid 55-plussers RWS
1. Een medewerker heeft voor elk uur nachtarbeid dat hij verricht, aanspraak op 0,25 uur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging.
2. De verlofuren worden zoveel mogelijk in de vorm van volledige diensten verwerkt in de voor de medewerker geldende werktijdregeling. De verlofuren worden daarbij zo veel mogelijk gelijkmatig verdeeld over de maanden van het jaar, de dagen van de week en de uren tussen 06.00 uur en 22.00 uur.
3. Bij de gewerkte uren nachtarbeid worden meegeteld uren waarop de medewerker nachtarbeid zou hebben verricht maar deze niet heeft verricht door ziekte, vakantie, uitoefening van taken in het kader van de medezeggenschap of het georganiseerd overleg dan wel buitengewoon verlof met behoud van de bezoldiging of een deel daarvan.
4. De opbouw van de aanspraak wordt opgeschort nadat de medewerker gedurende 26 kalenderweken niet daadwerkelijk nachtarbeid heeft verricht waarbij een hervatting van de nachtarbeid gedurende vier kalenderweken of minder geen nieuwe periode van 26 kalenderweken inluidt. Bij gehele of gedeeltelijke hervatting van de nachtarbeid wordt de opbouw van de aanspraak hervat.
2. De verlofuren worden zoveel mogelijk in de vorm van volledige diensten verwerkt in de voor de medewerker geldende werktijdregeling. De verlofuren worden daarbij zo veel mogelijk gelijkmatig verdeeld over de maanden van het jaar, de dagen van de week en de uren tussen 06.00 uur en 22.00 uur.
3. Bij de gewerkte uren nachtarbeid worden meegeteld uren waarop de medewerker nachtarbeid zou hebben verricht maar deze niet heeft verricht door ziekte, vakantie, uitoefening van taken in het kader van de medezeggenschap of het georganiseerd overleg dan wel buitengewoon verlof met behoud van de bezoldiging of een deel daarvan.
4. De opbouw van de aanspraak wordt opgeschort nadat de medewerker gedurende 26 kalenderweken niet daadwerkelijk nachtarbeid heeft verricht waarbij een hervatting van de nachtarbeid gedurende vier kalenderweken of minder geen nieuwe periode van 26 kalenderweken inluidt. Bij gehele of gedeeltelijke hervatting van de nachtarbeid wordt de opbouw van de aanspraak hervat.