BWBR0012098
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 13
Tijdelijke beloningsregeling nachtarbeid 55-plussers RWS
1. Een medewerker:
a. die op 1 februari 2001 55 jaar of ouder maar jonger dan 59,5 jaar is; en
b. die voor 1 april 2001 een aanvraag als bedoeld in artikel 2 indient voor toepassing van artikel 3; en
c. die daarna zo spoedig mogelijk en zo lang als arbeidsgezondheidskundig verantwoord is nachtarbeid verricht, met een minimum van 7,5 maanden dan wel tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt; en
d. aan wie FPU-ontslag wordt verleend met ingang van een dag niet eerder dan de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt en niet later dan de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 61 jaar bereikt,
heeft met ingang van het tijdstip van zijn FPU-ontslag op diens aanvraag aanspraak op een FPU-suppletie en het namens hem betalen van de premie voor het voortzetten van pensioenopbouw.
2. De in het eerste lid bedoelde aanspraak is gelijk aan de extra aanspraak die betrokkene aan artikel 12zou hebben ontleend indien hij voor 1 april 2001 een aanvraag als bedoeld in artikel 2had ingediend voor toepassing van de artikelen 4 tot en met 8en overeenkomstig die artikelen was gehandeld.
a. die op 1 februari 2001 55 jaar of ouder maar jonger dan 59,5 jaar is; en
b. die voor 1 april 2001 een aanvraag als bedoeld in artikel 2 indient voor toepassing van artikel 3; en
c. die daarna zo spoedig mogelijk en zo lang als arbeidsgezondheidskundig verantwoord is nachtarbeid verricht, met een minimum van 7,5 maanden dan wel tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt; en
d. aan wie FPU-ontslag wordt verleend met ingang van een dag niet eerder dan de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt en niet later dan de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 61 jaar bereikt,
heeft met ingang van het tijdstip van zijn FPU-ontslag op diens aanvraag aanspraak op een FPU-suppletie en het namens hem betalen van de premie voor het voortzetten van pensioenopbouw.
2. De in het eerste lid bedoelde aanspraak is gelijk aan de extra aanspraak die betrokkene aan artikel 12zou hebben ontleend indien hij voor 1 april 2001 een aanvraag als bedoeld in artikel 2had ingediend voor toepassing van de artikelen 4 tot en met 8en overeenkomstig die artikelen was gehandeld.