BWBR0012098
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 2
Tijdelijke beloningsregeling nachtarbeid 55-plussers RWS
1. Een medewerker die na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar nachtarbeid verricht overeenkomstig de gebruikelijke werktijdregeling die geldt voor medewerkers die met dezelfde of een vergelijkbare functie zijn belast, komt op zijn aanvraag in aanmerking voor toepassing van artikel 3dan wel van de artikelen 4 tot en met 8.
2. Een medewerker die een functie vervult die krachtens artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglementis aangemerkt als substantieel bezwarend, kan slechts in aanmerking komen voor toepassing van artikel 3.
3. De toepassing van artikel 3dan wel van de artikelen 4 tot en met 8gaat niet eerder in dan vier maanden nadat de aanvraag van de medewerker door het bevoegd gezag is ontvangen. Het bevoegd gezag kan de toepassing eerder in laten gaan indien het dienstbelang daarbij is gebaat.
4. De medewerker kan slechts eenmalig een aanvraag indienen.
5. In bijzondere gevallen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag bij toewijzing van de aanvraag de huidige of nieuwe werkgelegenheid in gevaar komt, kan het bevoegd gezag een aanvraag afwijzen of pas op termijn toewijzen.
2. Een medewerker die een functie vervult die krachtens artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglementis aangemerkt als substantieel bezwarend, kan slechts in aanmerking komen voor toepassing van artikel 3.
3. De toepassing van artikel 3dan wel van de artikelen 4 tot en met 8gaat niet eerder in dan vier maanden nadat de aanvraag van de medewerker door het bevoegd gezag is ontvangen. Het bevoegd gezag kan de toepassing eerder in laten gaan indien het dienstbelang daarbij is gebaat.
4. De medewerker kan slechts eenmalig een aanvraag indienen.
5. In bijzondere gevallen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag bij toewijzing van de aanvraag de huidige of nieuwe werkgelegenheid in gevaar komt, kan het bevoegd gezag een aanvraag afwijzen of pas op termijn toewijzen.