BWBR0012038
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 9
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
2. Het Subsidieprogramma Reductie Luchtemissies Bedrijven 2001 heeft als doel het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van grensverleggende technieken ter vermindering van de luchtverontreinigende emissies van stationaire bedrijfsprocessen en verbrandingsinstallaties, welke kunnen bijdragen aan een significante emissiereductie in de periode tot 2010.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het betreft:
a. een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject, gericht op de ontwikkeling of toepassing van een nieuw energieconversiesysteem waarmee een reductie wordt bereikt van: 1º. een NOx-emissie van minimaal 50% ten opzichte van de referentiesituatie, en
2º. een CO2-emissie van minimaal 5% ten opzichte van de referentiesituatie;
1º. een NOx-emissie van minimaal 50% ten opzichte van de referentiesituatie, en
2º. een CO2-emissie van minimaal 5% ten opzichte van de referentiesituatie;
b. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject op het gebied van biologische reductie van NOx gecombineerd met een reductie van SO2 en fijn stof bij verbrandings- of procesinstallaties met een afgasdebiet van meer dan 10.000 m3 /uur, gericht op de realisering van een NOx-reductie die gebaseerd is op een ontwerpwaarde van ten minste 70% bij representatieve bedrijfscondities;
c. een demonstratieproject op het gebied van biologische NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties, gericht op de realisering van een NOx-reductie die gebaseerd is op een ontwerpwaarde van ten minste 70% bij representatieve bedrijfscondities;
d. een marktintroductieproject op het gebied van NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties met een vermogen groter dan 10 MWth, gebaseerd op de onderste verbrandingswaarde van brandstofinput, uitgezonderd installaties voor de conversie van biomassa in energie, en: 1º. het project bij representatieve bedrijfscondities gericht is op: een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
2º. waarbij een restemissie van NOx-equivalenten wordt gerealiseerd van ten hoogste: 20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
3º. de installatie uiterlijk 1 januari 2003 in werking is;
1º. het project bij representatieve bedrijfscondities gericht is op: een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
2º. waarbij een restemissie van NOx-equivalenten wordt gerealiseerd van ten hoogste: 20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
3º. de installatie uiterlijk 1 januari 2003 in werking is;
e. een demonstratieproject of marktintroductieproject op het gebied van NOx-reductie bij installaties voor de conversie van biomassa in energie: 1º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 30%, en
2º. dat gericht is op een restemissie van NOx-equivalenten van ten hoogste 100 mg/m3 als ontwerpwaarde bij representatieve bedrijfscondities en een zuurstofpercentage in de rookgassen van 11%;
1º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 30%, en
2º. dat gericht is op een restemissie van NOx-equivalenten van ten hoogste 100 mg/m3 als ontwerpwaarde bij representatieve bedrijfscondities en een zuurstofpercentage in de rookgassen van 11%;
f. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject ter voorbereiding op een demonstratieproject als bedoeld in onderdeel c of e, of een marktintroductieproject als bedoeld in onderdeel d of e, waarbij het een installatie betreft met een vermogen groter dan 10 MWth (gebaseerd op de onderste verbrandingswaarde van brandstofinput), of
g. een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject, op het gebied van NOx- reductie bij warmtekrachtinstallaties: 1º. met een restemissie van ten hoogste 20 gr/GJ, uitgedrukt in NOx-equivalenten, en
2º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 58%.
1º. met een restemissie van ten hoogste 20 gr/GJ, uitgedrukt in NOx-equivalenten, en
2º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 58%.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien het project niet volledig in Nederland wordt uitgevoerd, tenzij uit de aanvraag tot subsidieverlening blijkt dat:
a. het project redelijkerwijs niet volledig in Nederland kan worden uitgevoerd;
b. beoogd wordt de techniek waar het project betrekking op heeft in Nederland toe te passen, en
c. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten, met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel, geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare systematiek.
6. In afwijking van artikel 4bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het derde lid, onder f, f 50.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 3.000.000,-.
9. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. De subsidieontvanger is verplicht:
a. indien het een demonstratieproject als bedoeld in het derde lid, onder c, of een marktintroductieproject als bedoeld in het derde lid, onder d, betreft, er voor zorg te dragen dat: 1º. emissiemetingen worden verricht direct na ingebruikname van de desbetreffende installatie en na 10.000 bedrijfsuren doch uiterlijk 18 maanden na ingebruikname van de installatie, en
2º. de meetgegevens worden geregistreerd en over de resultaten van die metingen wordt gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening;
1º. emissiemetingen worden verricht direct na ingebruikname van de desbetreffende installatie en na 10.000 bedrijfsuren doch uiterlijk 18 maanden na ingebruikname van de installatie, en
2º. de meetgegevens worden geregistreerd en over de resultaten van die metingen wordt gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening;
b. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject als bedoeld in het derde lid, onder b, of een demonstratieproject of marktintroductieproject als bedoeld in het derde lid, onder e, betreft, er voor zorg te dragen dat emissiemetingen worden verricht en de meetgegevens worden geregistreerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
11. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoeks)instellingen, universiteiten en andere organisaties die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 november 2001.
2. Het Subsidieprogramma Reductie Luchtemissies Bedrijven 2001 heeft als doel het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van grensverleggende technieken ter vermindering van de luchtverontreinigende emissies van stationaire bedrijfsprocessen en verbrandingsinstallaties, welke kunnen bijdragen aan een significante emissiereductie in de periode tot 2010.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het betreft:
a. een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject, gericht op de ontwikkeling of toepassing van een nieuw energieconversiesysteem waarmee een reductie wordt bereikt van: 1º. een NOx-emissie van minimaal 50% ten opzichte van de referentiesituatie, en
2º. een CO2-emissie van minimaal 5% ten opzichte van de referentiesituatie;
1º. een NOx-emissie van minimaal 50% ten opzichte van de referentiesituatie, en
2º. een CO2-emissie van minimaal 5% ten opzichte van de referentiesituatie;
b. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject op het gebied van biologische reductie van NOx gecombineerd met een reductie van SO2 en fijn stof bij verbrandings- of procesinstallaties met een afgasdebiet van meer dan 10.000 m3 /uur, gericht op de realisering van een NOx-reductie die gebaseerd is op een ontwerpwaarde van ten minste 70% bij representatieve bedrijfscondities;
c. een demonstratieproject op het gebied van biologische NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties, gericht op de realisering van een NOx-reductie die gebaseerd is op een ontwerpwaarde van ten minste 70% bij representatieve bedrijfscondities;
d. een marktintroductieproject op het gebied van NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties met een vermogen groter dan 10 MWth, gebaseerd op de onderste verbrandingswaarde van brandstofinput, uitgezonderd installaties voor de conversie van biomassa in energie, en: 1º. het project bij representatieve bedrijfscondities gericht is op: een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
2º. waarbij een restemissie van NOx-equivalenten wordt gerealiseerd van ten hoogste: 20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
3º. de installatie uiterlijk 1 januari 2003 in werking is;
1º. het project bij representatieve bedrijfscondities gericht is op: een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
een NOx-reductie van ten minste 80% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve katalytische reductie, of
een NOx-reductie van ten minste 60% als ontwerpwaarde door toepassing van selectieve niet-katalytische reductie, en
2º. waarbij een restemissie van NOx-equivalenten wordt gerealiseerd van ten hoogste: 20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
20 g/GJ bij verbranding van gasvormige brandstoffen, of
35 g/GJ bij verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen, en
3º. de installatie uiterlijk 1 januari 2003 in werking is;
e. een demonstratieproject of marktintroductieproject op het gebied van NOx-reductie bij installaties voor de conversie van biomassa in energie: 1º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 30%, en
2º. dat gericht is op een restemissie van NOx-equivalenten van ten hoogste 100 mg/m3 als ontwerpwaarde bij representatieve bedrijfscondities en een zuurstofpercentage in de rookgassen van 11%;
1º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 30%, en
2º. dat gericht is op een restemissie van NOx-equivalenten van ten hoogste 100 mg/m3 als ontwerpwaarde bij representatieve bedrijfscondities en een zuurstofpercentage in de rookgassen van 11%;
f. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject ter voorbereiding op een demonstratieproject als bedoeld in onderdeel c of e, of een marktintroductieproject als bedoeld in onderdeel d of e, waarbij het een installatie betreft met een vermogen groter dan 10 MWth (gebaseerd op de onderste verbrandingswaarde van brandstofinput), of
g. een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject, op het gebied van NOx- reductie bij warmtekrachtinstallaties: 1º. met een restemissie van ten hoogste 20 gr/GJ, uitgedrukt in NOx-equivalenten, en
2º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 58%.
1º. met een restemissie van ten hoogste 20 gr/GJ, uitgedrukt in NOx-equivalenten, en
2º. waarvan het totaal energetisch rendement (in elektrisch-equivalenten) groter is dan 58%.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien het project niet volledig in Nederland wordt uitgevoerd, tenzij uit de aanvraag tot subsidieverlening blijkt dat:
a. het project redelijkerwijs niet volledig in Nederland kan worden uitgevoerd;
b. beoogd wordt de techniek waar het project betrekking op heeft in Nederland toe te passen, en
c. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten, met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel, geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare systematiek.
6. In afwijking van artikel 4bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het derde lid, onder f, f 50.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 3.000.000,-.
9. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. De subsidieontvanger is verplicht:
a. indien het een demonstratieproject als bedoeld in het derde lid, onder c, of een marktintroductieproject als bedoeld in het derde lid, onder d, betreft, er voor zorg te dragen dat: 1º. emissiemetingen worden verricht direct na ingebruikname van de desbetreffende installatie en na 10.000 bedrijfsuren doch uiterlijk 18 maanden na ingebruikname van de installatie, en
2º. de meetgegevens worden geregistreerd en over de resultaten van die metingen wordt gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening;
1º. emissiemetingen worden verricht direct na ingebruikname van de desbetreffende installatie en na 10.000 bedrijfsuren doch uiterlijk 18 maanden na ingebruikname van de installatie, en
2º. de meetgegevens worden geregistreerd en over de resultaten van die metingen wordt gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening;
b. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject als bedoeld in het derde lid, onder b, of een demonstratieproject of marktintroductieproject als bedoeld in het derde lid, onder e, betreft, er voor zorg te dragen dat emissiemetingen worden verricht en de meetgegevens worden geregistreerd overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
11. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoeks)instellingen, universiteiten en andere organisaties die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 november 2001.