BWBR0012038
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 11
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. kunststofverpakkingsafval: afval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststofverpakkingen bestaat, met uitzondering van kunststofproductieafval dat vrijkomt bij de productie van kunststofverpakkingen en afvalstoffen zoals aangewezen in het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen;
b. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens overeenkomstig artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
c. KWDI-bedrijven: bedrijven die vallen onder de CBS Standaard Bedrijven Indeling, klassen 2 en 3 en 6 tot en met 9;
d. nuttige toepassing: het toepassen van afvalstoffen ten behoeve van producthergebruik, materiaalhergebruik en als brandstof indien de calorische waarde van de afvalstof groter is dan 11.500 kJoule per kg;
e. kunststofregranulaat: kunststofkorrels die ontstaan door be- of (her)verwerking van kunststofverpakkingsafval.
2. Het Subsidieprogramma Hergebruik van afvalstoffen 2001 (PH'01) heeft als doel:
a. het stimuleren van gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval afkomstig van KWDI-bedrijven ten behoeve van nuttige toepassing;
b. het stimuleren van sorteer- en (na)scheidingstechnieken van kunststofverpakkingsafval uit huishoudelijk afval ten behoeve van nuttige toepassing;
c. het stimuleren van het gebruik van kunststofregranulaat ten behoeve van nuttige toepassing.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een demonstratieproject, marktintroductieproject of toepassingsproject betreft en het betrekking heeft op:
a. het gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval, afkomstig uit de KWDI-sector ten behoeve van nuttige toepassing;
b. het gebruik van sorteer- en (na)scheidingstechnieken van kunststofverpakkingsafval uit de fractie huishoudelijk afval ten behoeve van nuttige toepassing, of
c. het gebruik van kunststofregranulaat ten behoeve van nuttige toepassing.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking:
a. indien de subsidiabele kosten minder dan f 75.000,- bedragen,
b. voor zover er door middel van het project voldaan wordt aan een wettelijke verplichting tot inzamelen van kunststofverpakkingsafval afkomstig uit de KWDI-sector en uit particuliere huishoudens.
5. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden door de minister naast de in artikel 2, tweede lid bedoelde aspecten betrokken:
a. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder a, de mate waarin als gevolg van het project het gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval uit de KWDI-sector naar verwachting toeneemt, dan wel de efficiëntie daarvan wordt verbeterd;
b. voor projecten bedoeld in het derde lid, onder b, de mate waarin als gevolg van het project nascheiden en aanleveren van kunststofverpakkingsafval uit huishoudelijke afvalstromen ten behoeve van nuttige toepassing toeneemt;
c. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c, de mate waarin als gevolg van het project het gebruik van regranulaat ten behoeve van nuttige toepassing toeneemt;
d. voor projecten zoals bedoeld in het derde lid, onder a, b en c, de mate waarin de gevraagde subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard, omvang en beoogde resultaten van het beoogde project;
e. de verwachting van de mate van levensvatbaarheid, marktconformiteit en rentabiliteit van de in het project toegepaste systemen of technieken;
f. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij de verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces of tussen bedrijven die zich van kunststofverpakkingsafval ontdoen;
g. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c, dat projecten die zich richten op de inzet van regranulaat binnen dezelfde keten de voorkeur genieten boven projecten waarin dit niet gebeurt;
h. de mate waarin en de wijze waarop binnen het project te behalen resultaten vooraf worden ingeschat;
i. de mate waarin opschaling en bredere toepasbaarheid mogelijk is van de in het project toegepaste systemen of technieken.
6. De maximale subsidiepercentages en maximale subsidiebedragen bedragen, in afwijking voor zover nodig van artikel 4, voor:
a. demonstratieprojecten: 35% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-;
b. marktintroductieprojecten: 25% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-;
c. toepassingsprojecten: 15% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 500.000,-
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 1.200.000,-.
9. Subsidieaanvragen worden gelijktijdig beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
10. Een aanvraag kan worden ingediend:
a. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder a: door bedrijven, die zich van verpakkingsafval ontdoen, afzonderlijk of in samenwerking met andere bedrijven of door bedrijven die bedrijfsmatig kunststofverpakkingsafval inzamelen, afnemen dan wel be- of (her)verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen;
b. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder b: door bedrijven die huishoudelijk afval be- of (her)verwerken;
c. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c: door bedrijven die bedrijfsmatig kunststofverpakkingsafval be- of (her)verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 25 september 2001.
a. kunststofverpakkingsafval: afval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststofverpakkingen bestaat, met uitzondering van kunststofproductieafval dat vrijkomt bij de productie van kunststofverpakkingen en afvalstoffen zoals aangewezen in het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen;
b. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens overeenkomstig artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
c. KWDI-bedrijven: bedrijven die vallen onder de CBS Standaard Bedrijven Indeling, klassen 2 en 3 en 6 tot en met 9;
d. nuttige toepassing: het toepassen van afvalstoffen ten behoeve van producthergebruik, materiaalhergebruik en als brandstof indien de calorische waarde van de afvalstof groter is dan 11.500 kJoule per kg;
e. kunststofregranulaat: kunststofkorrels die ontstaan door be- of (her)verwerking van kunststofverpakkingsafval.
2. Het Subsidieprogramma Hergebruik van afvalstoffen 2001 (PH'01) heeft als doel:
a. het stimuleren van gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval afkomstig van KWDI-bedrijven ten behoeve van nuttige toepassing;
b. het stimuleren van sorteer- en (na)scheidingstechnieken van kunststofverpakkingsafval uit huishoudelijk afval ten behoeve van nuttige toepassing;
c. het stimuleren van het gebruik van kunststofregranulaat ten behoeve van nuttige toepassing.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een demonstratieproject, marktintroductieproject of toepassingsproject betreft en het betrekking heeft op:
a. het gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval, afkomstig uit de KWDI-sector ten behoeve van nuttige toepassing;
b. het gebruik van sorteer- en (na)scheidingstechnieken van kunststofverpakkingsafval uit de fractie huishoudelijk afval ten behoeve van nuttige toepassing, of
c. het gebruik van kunststofregranulaat ten behoeve van nuttige toepassing.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking:
a. indien de subsidiabele kosten minder dan f 75.000,- bedragen,
b. voor zover er door middel van het project voldaan wordt aan een wettelijke verplichting tot inzamelen van kunststofverpakkingsafval afkomstig uit de KWDI-sector en uit particuliere huishoudens.
5. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden door de minister naast de in artikel 2, tweede lid bedoelde aspecten betrokken:
a. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder a, de mate waarin als gevolg van het project het gescheiden inzamelen, aanleveren of sorteren van kunststofverpakkingsafval uit de KWDI-sector naar verwachting toeneemt, dan wel de efficiëntie daarvan wordt verbeterd;
b. voor projecten bedoeld in het derde lid, onder b, de mate waarin als gevolg van het project nascheiden en aanleveren van kunststofverpakkingsafval uit huishoudelijke afvalstromen ten behoeve van nuttige toepassing toeneemt;
c. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c, de mate waarin als gevolg van het project het gebruik van regranulaat ten behoeve van nuttige toepassing toeneemt;
d. voor projecten zoals bedoeld in het derde lid, onder a, b en c, de mate waarin de gevraagde subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard, omvang en beoogde resultaten van het beoogde project;
e. de verwachting van de mate van levensvatbaarheid, marktconformiteit en rentabiliteit van de in het project toegepaste systemen of technieken;
f. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij de verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces of tussen bedrijven die zich van kunststofverpakkingsafval ontdoen;
g. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c, dat projecten die zich richten op de inzet van regranulaat binnen dezelfde keten de voorkeur genieten boven projecten waarin dit niet gebeurt;
h. de mate waarin en de wijze waarop binnen het project te behalen resultaten vooraf worden ingeschat;
i. de mate waarin opschaling en bredere toepasbaarheid mogelijk is van de in het project toegepaste systemen of technieken.
6. De maximale subsidiepercentages en maximale subsidiebedragen bedragen, in afwijking voor zover nodig van artikel 4, voor:
a. demonstratieprojecten: 35% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-;
b. marktintroductieprojecten: 25% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-;
c. toepassingsprojecten: 15% van de subsidiabele kosten tot een maximaal subsidiebedrag van f 500.000,-
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 1.200.000,-.
9. Subsidieaanvragen worden gelijktijdig beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
10. Een aanvraag kan worden ingediend:
a. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder a: door bedrijven, die zich van verpakkingsafval ontdoen, afzonderlijk of in samenwerking met andere bedrijven of door bedrijven die bedrijfsmatig kunststofverpakkingsafval inzamelen, afnemen dan wel be- of (her)verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen;
b. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder b: door bedrijven die huishoudelijk afval be- of (her)verwerken;
c. voor projecten als bedoeld in het derde lid, onder c: door bedrijven die bedrijfsmatig kunststofverpakkingsafval be- of (her)verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 25 september 2001.