BWBR0012038
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 8
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001
1. Het Subsidieprogramma Milieu & Technologie 2001 heeft als doel het bevorderen van de ontwikkeling, demonstratie en toepassing van innovatieve milieugerichte technologie.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject of kennisoverdrachtsproject betreft, dat betrekking heeft op: 1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie,
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, of
9º. de rubber- en kunststofindustrie, en
1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie,
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, of
9º. de rubber- en kunststofindustrie, en
b. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende milieuknelpunten: 1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. missies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
3º. afvalbeheer: preventie of hergebruik van afvalstoffen;
preventie of hergebruik van afvalstoffen;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. missies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
3º. afvalbeheer: preventie of hergebruik van afvalstoffen;
preventie of hergebruik van afvalstoffen;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
3. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, dat betrekking heeft op innovatieve technologische vernieuwing van productieprocessen, niet zijnde end of pipe technologie, en
b. het project zich richt op het bereiken van aanzienlijke verbeteringen in de milieu-efficiëntie binnen de doelgroep Industrie, zoals omschreven in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (Kamerstukken II 1997/98, 25 887, nr.1), waarbij het efficiënt gebruik van grondstoffen, energie en water centraal moet staan.
4. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, dat gericht is op het bevorderen van de toepassing van een duurzaam proces of product, dat nieuw is voor Nederland, en
b. het project betrekking heeft op het analyseren en verkennen van marktkansen of marktbelemmeringen op niet-technisch terrein ten behoeve van een succesvolle marktintroductie van het beoogde duurzame proces of product.
5. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project betrekking heeft op de logistiek, de milieuzorg of de kwaliteitszorg;
b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 25.000,-;
c. het een demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 50.000,-, of
d. het een kennisoverdrachtsproject betreft waarbij geen brancheorganisatie is betrokken.
6. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van verschillende onderdelen van de bedrijfskolom;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken, alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen, en
c. voorzover er sprake is van een project als bedoeld in het tweede lid, de mate waarin een project bijdraagt aan het doelgroepenbeleid Milieu en Industrie van de overheid, zoals opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan 2.
7. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek;
b. worden, indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het vierde lid betreft, de kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1o en 4o, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. In afwijking van artikel 4:
a. is het maximale subsidiebedrag voor: 1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 750.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 750.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 750.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 750.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
b. is het maximale subsidiepercentage voor een kennisoverdrachtsproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 25.000,-.
9. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
10. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 12.000.000,-.
11. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoek)instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 november 2001.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject of kennisoverdrachtsproject betreft, dat betrekking heeft op: 1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie,
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, of
9º. de rubber- en kunststofindustrie, en
1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie,
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, of
9º. de rubber- en kunststofindustrie, en
b. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende milieuknelpunten: 1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. missies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
3º. afvalbeheer: preventie of hergebruik van afvalstoffen;
preventie of hergebruik van afvalstoffen;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2 of NH3;
van Vluchtige Organische Stoffen, toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. missies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van toxische organische stoffen, zware metalen of kleurstoffen;
3º. afvalbeheer: preventie of hergebruik van afvalstoffen;
preventie of hergebruik van afvalstoffen;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater.
3. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, dat betrekking heeft op innovatieve technologische vernieuwing van productieprocessen, niet zijnde end of pipe technologie, en
b. het project zich richt op het bereiken van aanzienlijke verbeteringen in de milieu-efficiëntie binnen de doelgroep Industrie, zoals omschreven in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (Kamerstukken II 1997/98, 25 887, nr.1), waarbij het efficiënt gebruik van grondstoffen, energie en water centraal moet staan.
4. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, dat gericht is op het bevorderen van de toepassing van een duurzaam proces of product, dat nieuw is voor Nederland, en
b. het project betrekking heeft op het analyseren en verkennen van marktkansen of marktbelemmeringen op niet-technisch terrein ten behoeve van een succesvolle marktintroductie van het beoogde duurzame proces of product.
5. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project betrekking heeft op de logistiek, de milieuzorg of de kwaliteitszorg;
b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 25.000,-;
c. het een demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 50.000,-, of
d. het een kennisoverdrachtsproject betreft waarbij geen brancheorganisatie is betrokken.
6. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van verschillende onderdelen van de bedrijfskolom;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken, alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen, en
c. voorzover er sprake is van een project als bedoeld in het tweede lid, de mate waarin een project bijdraagt aan het doelgroepenbeleid Milieu en Industrie van de overheid, zoals opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan 2.
7. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek;
b. worden, indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het vierde lid betreft, de kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1o en 4o, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. In afwijking van artikel 4:
a. is het maximale subsidiebedrag voor: 1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 750.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 750.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 750.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 750.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
b. is het maximale subsidiepercentage voor een kennisoverdrachtsproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 25.000,-.
9. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
10. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 12.000.000,-.
11. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoek)instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 november 2001.