BWBR0011926
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 26
Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer
1. Een sterabonnement heeft ten hoogste zes sterwaarden met dien verstande dat weekabonnementen anders dan voor kinderen, jeugdigen en ouderen een waarde van ten hoogste 3 sterwaarden kennen.
2. Een sterabonnement met:
a. één sterwaarde is geldig voor het openbaar vervoer in een centrumzone;
b. twee sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en één aangrenzende zone;
c. drie sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en twee achtereenvolgens aangrenzende zones;
d. vier sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en drie achtereenvolgens aangrenzende zones;
e. vijf sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vier achtereenvolgens aangrenzende zones;
f. zes sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vijf achtereenvolgens aangrenzende zones.
3. In dit artikel wordt onder aangrenzende zones verstaan zones met een gemeenschappelijke zonegrens.
2. Een sterabonnement met:
a. één sterwaarde is geldig voor het openbaar vervoer in een centrumzone;
b. twee sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en één aangrenzende zone;
c. drie sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en twee achtereenvolgens aangrenzende zones;
d. vier sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en drie achtereenvolgens aangrenzende zones;
e. vijf sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vier achtereenvolgens aangrenzende zones;
f. zes sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vijf achtereenvolgens aangrenzende zones.
3. In dit artikel wordt onder aangrenzende zones verstaan zones met een gemeenschappelijke zonegrens.