BWBR0011926
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 16
Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer
1. Voor elke zone waarbinnen wordt gereisd is één strip benodigd.
2. Het totaal aantal benodigde strippen per reis wordt bepaald door het aantal zones waarbinnen wordt gereisd, vermeerderd met één strip als basistarief, met dien verstande dat het maximum aantal benodigde strippen 20 strippen bedraagt.
3. Kinderen en ouderen kunnen op strippenkaarten met 2, 3 of 8 strippen tegen het voltarief voor een persoon met zijn tweeën reizen.
2. Het totaal aantal benodigde strippen per reis wordt bepaald door het aantal zones waarbinnen wordt gereisd, vermeerderd met één strip als basistarief, met dien verstande dat het maximum aantal benodigde strippen 20 strippen bedraagt.
3. Kinderen en ouderen kunnen op strippenkaarten met 2, 3 of 8 strippen tegen het voltarief voor een persoon met zijn tweeën reizen.