BWBR0011926
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 15
Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer
1. Bij gebruik van een strippenkaart wordt de laatste strip van het aantal benodigde strippen afgestempeld.
2. Indien het totale aantal benodigde strippen niet op een kaart beschikbaar is, wordt de laatste strip van de kaart afgestempeld en wordt het resterend aantal benodigde strippen op een andere strippenkaart afgestempeld.
3. De cijfers en letters van de stempelafdruk duiden achtereenvolgens aan het stempelnummer, de zone waarin, de week, de dag en het tijdstip waarop de kaart is afgestempeld.
2. Indien het totale aantal benodigde strippen niet op een kaart beschikbaar is, wordt de laatste strip van de kaart afgestempeld en wordt het resterend aantal benodigde strippen op een andere strippenkaart afgestempeld.
3. De cijfers en letters van de stempelafdruk duiden achtereenvolgens aan het stempelnummer, de zone waarin, de week, de dag en het tijdstip waarop de kaart is afgestempeld.