BWBR0011853
Geldig vanaf 2004-09-10
Artikel 9
Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
1. De verboden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 8</a>en <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse of uitheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de planten zijn gekweekt of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gekweekte planten afkomstig zijn.
2. De verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van planten behorende tot de soort maretak (Viscum album), de soort wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) of de soort zomerklokje (Leucojum aestivum), voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken planten of producten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
3. De verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken producten van planten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
2. De verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van planten behorende tot de soort maretak (Viscum album), de soort wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) of de soort zomerklokje (Leucojum aestivum), voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken planten of producten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
3. De verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken producten van planten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.