BWBR0011853
Geldig vanaf 2004-09-10
Artikel 13
Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
1. De verboden op het vangen en bemachtigen van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de wet</a>, en van de verboden op het vervoeren en onder zich hebben van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de wet</a>, gelden niet ten aanzien van beschermde inheemse kikkers, padden en salamanders indien de betrokken handelingen plaatsvinden ter veiligstelling van deze dieren tegen het verkeer.
2. De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en voorzover de dieren na het vervoeren onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld.
2. De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en voorzover de dieren na het vervoeren onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld.