BWBR0011853
Geldig vanaf 2004-09-10
Artikel 2d
Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
1. Met betrekking tot de vogelsoorten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet</a>, kan:
a. van de artikelen 9 tot en met 12 van de wet slechts vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c, of d;
b. van de artikelen 15, 50, 53, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 72, vijfde lid, van de wet geen vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de wet</a>ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j, voorzover de handeling, genoemd in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de wet</a>, geen wezenlijke invloed heeft.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de wet</a>ten behoeve van het belang, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel g, met betrekking tot de vogelsoorten, genoemd in bijlage II van de Vogelrichtlijn, met dien verstande dat geen vrijstelling of ontheffing kan worden verleend voor de periode van 15 maart tot 15 juli.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van de <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 9</a>, <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11</a>en <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">12 van de wet</a>ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen h, i en j, mits ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde soorten:
a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en
b. zorgvuldig wordt gehandeld.
5. Zorgvuldig handelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, houdt in elk geval in dat:
a. van de werkzaamheden of het gebruik geen wezenlijke invloed uitgaat op de in het eerste lid bedoelde soorten en
b. voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles is of zal worden verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: 1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
6. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op gefokte vogels, behorende tot een soort als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet</a>.
a. van de artikelen 9 tot en met 12 van de wet slechts vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c, of d;
b. van de artikelen 15, 50, 53, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 72, vijfde lid, van de wet geen vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de wet</a>ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j, voorzover de handeling, genoemd in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de wet</a>, geen wezenlijke invloed heeft.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de wet</a>ten behoeve van het belang, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel g, met betrekking tot de vogelsoorten, genoemd in bijlage II van de Vogelrichtlijn, met dien verstande dat geen vrijstelling of ontheffing kan worden verleend voor de periode van 15 maart tot 15 juli.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van de <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 9</a>, <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11</a>en <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">12 van de wet</a>ten behoeve van de belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen h, i en j, mits ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde soorten:
a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en
b. zorgvuldig wordt gehandeld.
5. Zorgvuldig handelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, houdt in elk geval in dat:
a. van de werkzaamheden of het gebruik geen wezenlijke invloed uitgaat op de in het eerste lid bedoelde soorten en
b. voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles is of zal worden verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: 1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
6. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op gefokte vogels, behorende tot een soort als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009640/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet</a>.