BWBR0011853
Geldig vanaf 2004-09-10
Artikel 16c
Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
1. Een gedragscode, als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, wordt slechts goedgekeurd, indien hierin een wijze van uitvoering van werkzaamheden of gebruik is beschreven waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende gewaarborgd is dat ten aanzien van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde soorten:
a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt;
b. zorgvuldig wordt gehandeld, hetgeen inhoudt dat: 1°. slechts werkzaamheden verricht worden of gebruik plaatsvindt waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde soorten;
2°. voor wat betreft dieren voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
1°. slechts werkzaamheden verricht worden of gebruik plaatsvindt waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde soorten;
2°. voor wat betreft dieren voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
2. Onze Minister kan het goedkeuringsbesluit intrekken, indien naar zijn oordeel de staat van instandhouding van de soorten, bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, of de trend in de staat van instandhouding van deze soorten daartoe noodzaakt.
a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt;
b. zorgvuldig wordt gehandeld, hetgeen inhoudt dat: 1°. slechts werkzaamheden verricht worden of gebruik plaatsvindt waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde soorten;
2°. voor wat betreft dieren voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
1°. slechts werkzaamheden verricht worden of gebruik plaatsvindt waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde soorten;
2°. voor wat betreft dieren voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
i. de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord;
ii. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord;
iii. eieren van de in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield.
2. Onze Minister kan het goedkeuringsbesluit intrekken, indien naar zijn oordeel de staat van instandhouding van de soorten, bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, of de trend in de staat van instandhouding van deze soorten daartoe noodzaakt.