BWBR0011674
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 4
Besluit opheffing Landbouwschap
1. De Raad is belast met de vereffening van het vermogen van het Landbouwschap. Hij kan daartoe de tot het vermogen van het Landbouwschap behorende roerende zaken vervreemden.
2. De Raad maakt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Hij stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het Landbouwschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar, volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het Landbouwschap dient te worden vastgesteld, en eindigende op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
3. De boedelbeschrijving, bedoeld in het tweede lid, behoeft de instemming van Onze Minister.
4. De Raad stelt zo nodig de rekening van inkomsten en uitgaven vast over de jaren die voorafgaan aan het in het tweede lid bedoelde tijdvak.
5. De vaststelling van een rekening van inkomsten en uitgaven door de Raad strekt, na verkregen instemming van Onze Minister, tot décharge van het dagelijks bestuur van het Landbouwschap, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
2. De Raad maakt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Hij stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het Landbouwschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar, volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het Landbouwschap dient te worden vastgesteld, en eindigende op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
3. De boedelbeschrijving, bedoeld in het tweede lid, behoeft de instemming van Onze Minister.
4. De Raad stelt zo nodig de rekening van inkomsten en uitgaven vast over de jaren die voorafgaan aan het in het tweede lid bedoelde tijdvak.
5. De vaststelling van een rekening van inkomsten en uitgaven door de Raad strekt, na verkregen instemming van Onze Minister, tot décharge van het dagelijks bestuur van het Landbouwschap, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.