BWBR0011674
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 7
Besluit opheffing Landbouwschap
1. De rechten en verplichtingen jegens en van de werknemers en de gewezen werknemers van het Landbouwschap, voortvloeiende uit de Salarisverordening Personeel Landbouwschap 1988/1989, de Verordening tot wijziging van de Verordening Salarisverordening Personeel Landbouwschap 1988/1989, de Verordening Wachtgelden Personeel Landbouwschap 1972, de Verordening Uitkeringen bij ontslag 1993, de Verordening vrijwillig vervroegde uittreding personeel Landbouwschap 1994, de Pensioenverordening Personeel Landbouwschap 1989, de Verordening tot wijziging van de Pensioenverordening Personeel Landbouwschap 1989, de Verordening tot vaststelling Reglement Flexibel Spaarpensioen Personeel Landbouwschap en de Verordening Sociaal Plan Landbouwschap blijven ook na de opheffing van het Landbouwschap in stand.
2. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op VUT-uitkeringen, flexibele spaarpensioenen en voorzieningen in het sociaal plan, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt, onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover de Raad.
3. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenen en wachtgelden, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt, onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover het Hoofdproductschap Akkerbouw.
2. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op VUT-uitkeringen, flexibele spaarpensioenen en voorzieningen in het sociaal plan, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt, onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover de Raad.
3. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenen en wachtgelden, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt, onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover het Hoofdproductschap Akkerbouw.