BWBR0011674
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 9
Besluit opheffing Landbouwschap
1. Zo spoedig mogelijk nadat de Raad het vermogen van het Landbouwschap heeft vereffend, brengt hij daarover aan Onze Minister verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door de Raad vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.
2. De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van de Raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de Raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door de Raad onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet de Raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening van inkomsten en uitgaven op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt de Raad het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming strekt tot décharge van de Raad. De Raad doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
2. De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van de Raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de Raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door de Raad onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet de Raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening van inkomsten en uitgaven op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt de Raad het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming strekt tot décharge van de Raad. De Raad doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.