BWBR0011453
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 6.19
Wet studiefinanciering 2000
1. Met uitzondering van de artikelen 6.5, tweede, derde en vierde lid6.6, 6.7, eerste lid, tweede volzin, en tweede en derde lid, en 6.14is paragraaf 6.1van overeenkomstige toepassing op de terugbetaling van het levenlanglerenkrediet, waarbij deze lening wordt aangemerkt als een lening beroepsonderwijs.
2. In afwijking van het eerste lid wordt:
a. bij de toepassing van artikel 6.7, eerste lid, eerste volzin, voor de aflosfase een periode van 15 kalenderjaren gelezen.
b. bij de toepassing van artikel 6.9, derde lid, voor het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnbetalingen ten minste € 545 gelezen.
c. bij de toepassing van artikel 6.10, tweede lid, onderdelen a en b, voor de draagkrachtvrije voet een percentage gelezen van 120% van het belastbaar minimumloon.
d. bij de toepassing van artikel 6.10, tweede lid, onderdeel c, voor de draagkrachtvrije voet een percentage gelezen van 84% van het belastbaar minimumloon.
e. bij de toepassing van artikel 6.10, derde lid, voor de draagkracht van de debiteur uit inkomen een percentage gelezen van 12% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet.
2. In afwijking van het eerste lid wordt:
a. bij de toepassing van artikel 6.7, eerste lid, eerste volzin, voor de aflosfase een periode van 15 kalenderjaren gelezen.
b. bij de toepassing van artikel 6.9, derde lid, voor het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnbetalingen ten minste € 545 gelezen.
c. bij de toepassing van artikel 6.10, tweede lid, onderdelen a en b, voor de draagkrachtvrije voet een percentage gelezen van 120% van het belastbaar minimumloon.
d. bij de toepassing van artikel 6.10, tweede lid, onderdeel c, voor de draagkrachtvrije voet een percentage gelezen van 84% van het belastbaar minimumloon.
e. bij de toepassing van artikel 6.10, derde lid, voor de draagkracht van de debiteur uit inkomen een percentage gelezen van 12% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet.