BWBR0011453
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 12.16
Wet studiefinanciering 2000
1. In afwijking van artikel 3.18geldt in het studiejaar 2015–2016 voor de toepassing van paragraaf 3.3voor een ho-student die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0036261" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet studievoorschot hoger onderwijs</a>geen basisbeurs ontvangt, een maximale aanvullende beurs die naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk is aan € 258,35 per 1 januari 2016 naar de maatstaf van 1 januari 2016: € 271,19.
2. Voor de ho-student die na de toepassing van het eerste lid een aanvullende beurs ontvangt, wordt de aanvullende beurs in dat studiejaar verhoogd met een bedrag per maand dat naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk is aan € 106,98 per 1 januari 2016 naar de maatstaf van 1 januari 2016: € 110,74.
2. Voor de ho-student die na de toepassing van het eerste lid een aanvullende beurs ontvangt, wordt de aanvullende beurs in dat studiejaar verhoogd met een bedrag per maand dat naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk is aan € 106,98 per 1 januari 2016 naar de maatstaf van 1 januari 2016: € 110,74.