BWBR0011453
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 7.4
Wet studiefinanciering 2000
1. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de basisbeurs of aanvullende beurs dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend. Tevens vindt verrekening plaats van de bedragen, bedoeld in de artikelen 3.27, tweede lid, en 3.29, eerste lid.
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
3. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0012438/artikel/7.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</a>, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag aan tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
4. Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
5. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde terugbetaling, voor zover artikel 6.17niet van toepassing is, en verrekening geschieden overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen redelijke terugbetalingsregels.
6. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:93" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing op deze wet.
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
3. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0012438/artikel/7.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</a>, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag aan tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
4. Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
5. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde terugbetaling, voor zover artikel 6.17niet van toepassing is, en verrekening geschieden overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen redelijke terugbetalingsregels.
6. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:93" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing op deze wet.