BWBR0011453
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 3.26
Wet studiefinanciering 2000
1. Het reisrecht vangt aan op het moment dat de student overeenkomstig artikel 3.25het reisproduct heeft gekoppeld aan de drager.
2. Het reisrecht wordt naar keuze van de student toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van verkrijgen van het reisrecht en de omvang van de aan de soorten reisrecht, bedoeld in het tweede lid, verbonden rechten. Daarbij worden tevens voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen de student de keuze tussen soorten reisrecht dient te maken en met betrekking tot de aanvraag tot herziening door de student van een gemaakte keuze in soorten reisrecht.
2. Het reisrecht wordt naar keuze van de student toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van verkrijgen van het reisrecht en de omvang van de aan de soorten reisrecht, bedoeld in het tweede lid, verbonden rechten. Daarbij worden tevens voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen de student de keuze tussen soorten reisrecht dient te maken en met betrekking tot de aanvraag tot herziening door de student van een gemaakte keuze in soorten reisrecht.