BWBR0010200
Geldig vanaf 2002-03-01
Artikel 8
Honden- en kattenbesluit 1999
1. De inrichting beschikt over binnenverblijven.
2. Indien in de inrichting honden worden gehouden beschikt de inrichting over één of meerdere buitenverblijven of over een speelweide.
3. Een binnen- of buitenverblijf voldoet aan de volgende eisen:
a. de vloer, de wanden, de hekken of de afrasteringen zijn vervaardigd van zodanige materialen dat de honden of katten zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen;
b. de vloer is van vloeistofdicht en stroef materiaal;
c. het heeft rechtopstaande wanden, waarvan tenminste één zodanig is geconstrueerd dat de honden of katten buiten het verblijf kunnen kijken, en het kan worden afgesloten.
4. een binnenverblijf voldoet voorts aan de volgende eisen:
a. het is vorstvrij, tochtvrij alsmede droog;
b. het kan op afdoende wijze worden geventileerd;
c. het kan door middel van een elektrische lichtinstallatie worden verlicht;
d. het is gedurende de periode dat daglicht beschikbaar is voldoende verlicht door middel van daglicht, en de temperatuur in het verblijf bedraagt ten hoogste 30 graden Celsius.
5. Tenzij een buitenverblijf in een open verbinding staat met een binnenverblijf, is een buitenverblijf gedeeltelijk overdekt met een overkapping, die afdoende schuilmogelijkheid biedt tegen neerslag en voldoende schaduw biedt.
6. Een speelweide voldoet aan de volgende eisen:
a. zij maakt deel uit van de inrichting;
b. de omheining daarvan is van zodanig materiaal dat de honden zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen, en zij kan worden afgesloten.
7. Indien de inrichting beschikt over één of meer buitenverblijven waarin katten worden gehuisvest, is het vijfde lid op het buitenverblijf van overeenkomstige toepassing.
2. Indien in de inrichting honden worden gehouden beschikt de inrichting over één of meerdere buitenverblijven of over een speelweide.
3. Een binnen- of buitenverblijf voldoet aan de volgende eisen:
a. de vloer, de wanden, de hekken of de afrasteringen zijn vervaardigd van zodanige materialen dat de honden of katten zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen;
b. de vloer is van vloeistofdicht en stroef materiaal;
c. het heeft rechtopstaande wanden, waarvan tenminste één zodanig is geconstrueerd dat de honden of katten buiten het verblijf kunnen kijken, en het kan worden afgesloten.
4. een binnenverblijf voldoet voorts aan de volgende eisen:
a. het is vorstvrij, tochtvrij alsmede droog;
b. het kan op afdoende wijze worden geventileerd;
c. het kan door middel van een elektrische lichtinstallatie worden verlicht;
d. het is gedurende de periode dat daglicht beschikbaar is voldoende verlicht door middel van daglicht, en de temperatuur in het verblijf bedraagt ten hoogste 30 graden Celsius.
5. Tenzij een buitenverblijf in een open verbinding staat met een binnenverblijf, is een buitenverblijf gedeeltelijk overdekt met een overkapping, die afdoende schuilmogelijkheid biedt tegen neerslag en voldoende schaduw biedt.
6. Een speelweide voldoet aan de volgende eisen:
a. zij maakt deel uit van de inrichting;
b. de omheining daarvan is van zodanig materiaal dat de honden zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen, en zij kan worden afgesloten.
7. Indien de inrichting beschikt over één of meer buitenverblijven waarin katten worden gehuisvest, is het vijfde lid op het buitenverblijf van overeenkomstige toepassing.