BWBR0010200
Geldig vanaf 2002-03-01
Artikel 14
Honden- en kattenbesluit 1999
1. In afwijking van artikel 11, tweede en derde lid, wordt:
a. een in een quarantaineruimte ondergebrachte hond of kat solitair gehuisvest;
b. een hond of kat solitair gehuisvest indien de gezondheid of het welzijn van de hond of kat of van de andere honden of katten dit vereist.
2. In afwijking van artikel 12, tweede lid, is bij solitaire huisvesting de beschikbare ruimte voor een hond:
a. met een schofthoogte tot 0,3 meter tenminste 2 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
b. met een schofthoogte vanaf 0,3 meter tot 0,5 meter tenminste 2,4 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
c. met een schofthoogte vanaf 0,5 meter tenminste 3 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
3. Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kat tenminste 0,47 m 2aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 0,65 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 0,6 meter is.
4. Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kater die voor fokdoeleinden gehouden wordt tenminste 6 m 2, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
a. een in een quarantaineruimte ondergebrachte hond of kat solitair gehuisvest;
b. een hond of kat solitair gehuisvest indien de gezondheid of het welzijn van de hond of kat of van de andere honden of katten dit vereist.
2. In afwijking van artikel 12, tweede lid, is bij solitaire huisvesting de beschikbare ruimte voor een hond:
a. met een schofthoogte tot 0,3 meter tenminste 2 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
b. met een schofthoogte vanaf 0,3 meter tot 0,5 meter tenminste 2,4 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
c. met een schofthoogte vanaf 0,5 meter tenminste 3 m2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
3. Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kat tenminste 0,47 m 2aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 0,65 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 0,6 meter is.
4. Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kater die voor fokdoeleinden gehouden wordt tenminste 6 m 2, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.