BWBR0010200
Geldig vanaf 2002-03-01
Artikel 24
Honden- en kattenbesluit 1999
1. Een hond of kat wordt slechts in een pension in bewaring genomen indien bij de afgifte van de hond of kat een door een dierenarts afgegeven schriftelijk bewijs van inenting wordt verstrekt, waarop diens naam en praktijkadres staan vermeld en waaruit blijkt dat tenminste 7 dagen vóór de inontvangstname:
a. de hond is ingeënt tegen parvovirusinfectie en hondenziekte (ziekte van Carré);
b. de kat is ingeënt tegen kattenziekte (infectieuze gastro-enteritis) en niesziekte.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een hond of kat in bewaring te nemen zonder dat daarbij het in dat lid bedoelde bewijs wordt verstrekt indien:
a. de hond of kat binnen 5 werkdagen na ontvangst, wordt ingeënt tegen de in het eerste lid genoemde ziekten, en
b. de hond of kat onmiddellijk na ontvangst in de quarantaineruimte wordt geplaatst tot tenminste zeven dagen nadat inenting heeft plaatsgevonden.
3. Met het in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs wordt gelijkgesteld een dierenpaspoort dat ingevolge het Honden- en Kattenbesluit 1981 voor desbetreffende hond of kat is afgegeven en dat is aangevuld met de gegevens die ingevolge dat lid op het bewijs van inenting moeten worden vermeld, voorzover die gegevens geen deel uitmaken van het dierenpaspoort.
a. de hond is ingeënt tegen parvovirusinfectie en hondenziekte (ziekte van Carré);
b. de kat is ingeënt tegen kattenziekte (infectieuze gastro-enteritis) en niesziekte.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een hond of kat in bewaring te nemen zonder dat daarbij het in dat lid bedoelde bewijs wordt verstrekt indien:
a. de hond of kat binnen 5 werkdagen na ontvangst, wordt ingeënt tegen de in het eerste lid genoemde ziekten, en
b. de hond of kat onmiddellijk na ontvangst in de quarantaineruimte wordt geplaatst tot tenminste zeven dagen nadat inenting heeft plaatsgevonden.
3. Met het in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs wordt gelijkgesteld een dierenpaspoort dat ingevolge het Honden- en Kattenbesluit 1981 voor desbetreffende hond of kat is afgegeven en dat is aangevuld met de gegevens die ingevolge dat lid op het bewijs van inenting moeten worden vermeld, voorzover die gegevens geen deel uitmaken van het dierenpaspoort.