BWBR0010160
Geldig vanaf 1998-12-30
Artikel 4
Algemeen luchthavenreglement
1. Het is verboden:
a. zich in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden, dan wel onder de invloed te zijn van enig verdovend middel;
b. branddetectie-, brandbeveiligings- of brandblusapparatuur zonder noodzaak in werking te stellen, dan wel de werking daarvan te verminderen of de bereikbaarheid van deze apparatuur te bemoeilijken;
c. apparatuur in werking te stellen of te hebben, waardoor de radiocommunicatie op of in de omgeving van het luchtvaartterrein kan worden verstoord;
d. onbevoegd enige apparatuur, inrichting of motoren van luchtvaartuigen of voertuigen in werking te stellen of te doen stellen;
e. een brandende pijp, sigaar of sigaret of ander brandend materiaal bij zich te hebben: op het platform, zowel binnen als buiten de voertuigen;
in de open lucht binnen een afstand van 15 meter van stilstaande vliegtuigen of opslagplaatsen van vliegtuigbrandstoffen;
op alle plaatsen waar dit met het oog op de veiligheid door de exploitant is aangegeven of bekend gemaakt;
op het platform, zowel binnen als buiten de voertuigen;
in de open lucht binnen een afstand van 15 meter van stilstaande vliegtuigen of opslagplaatsen van vliegtuigbrandstoffen;
op alle plaatsen waar dit met het oog op de veiligheid door de exploitant is aangegeven of bekend gemaakt;
f. vuilnis, afval, gevaarlijke stoffen of andere stoffen te deponeren of achter te laten op andere dan de daarvoor door de exploitant bepaalde plaatsen;
g. vogels te voederen;
h. in het algemeen iets te doen of na te laten, waardoor de orde of veiligheid op het luchtvaartterrein wordt verstoord of waardoor lichamelijk letsel van personen of schade aan eigendommen zou kunnen worden veroorzaakt;
2. Het is verboden om zonder toestemming van de exploitant:
a. op het luchtvaartterrein open vuren te ontsteken of aan te houden, dan wel enig vuurwerk te ontsteken;
b. zich zonder noodzaak buiten de gebaande wegen of paden te bevinden.
a. zich in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden, dan wel onder de invloed te zijn van enig verdovend middel;
b. branddetectie-, brandbeveiligings- of brandblusapparatuur zonder noodzaak in werking te stellen, dan wel de werking daarvan te verminderen of de bereikbaarheid van deze apparatuur te bemoeilijken;
c. apparatuur in werking te stellen of te hebben, waardoor de radiocommunicatie op of in de omgeving van het luchtvaartterrein kan worden verstoord;
d. onbevoegd enige apparatuur, inrichting of motoren van luchtvaartuigen of voertuigen in werking te stellen of te doen stellen;
e. een brandende pijp, sigaar of sigaret of ander brandend materiaal bij zich te hebben: op het platform, zowel binnen als buiten de voertuigen;
in de open lucht binnen een afstand van 15 meter van stilstaande vliegtuigen of opslagplaatsen van vliegtuigbrandstoffen;
op alle plaatsen waar dit met het oog op de veiligheid door de exploitant is aangegeven of bekend gemaakt;
op het platform, zowel binnen als buiten de voertuigen;
in de open lucht binnen een afstand van 15 meter van stilstaande vliegtuigen of opslagplaatsen van vliegtuigbrandstoffen;
op alle plaatsen waar dit met het oog op de veiligheid door de exploitant is aangegeven of bekend gemaakt;
f. vuilnis, afval, gevaarlijke stoffen of andere stoffen te deponeren of achter te laten op andere dan de daarvoor door de exploitant bepaalde plaatsen;
g. vogels te voederen;
h. in het algemeen iets te doen of na te laten, waardoor de orde of veiligheid op het luchtvaartterrein wordt verstoord of waardoor lichamelijk letsel van personen of schade aan eigendommen zou kunnen worden veroorzaakt;
2. Het is verboden om zonder toestemming van de exploitant:
a. op het luchtvaartterrein open vuren te ontsteken of aan te houden, dan wel enig vuurwerk te ontsteken;
b. zich zonder noodzaak buiten de gebaande wegen of paden te bevinden.