Het is verboden:
1. met het tanken van vliegtuigen aan te vangen, indien de navolgende handelingen in hierna te noemen volgorde niet zijn verricht: a. het vliegtuig en de tankauto dan wel het tanksysteem zijn elektrisch geleidend met elkaar verbonden, met uitzondering van geleiding tussen hydrant- en tanksysteem;
b. het slangmondstuk is, alvorens de vulopening van de vliegtuigtank wordt geopend, elektrisch geleidend met het vliegtuig verbonden, met uitzondering van brandstofsystemen waarvan de afgiftecapaciteit minder bedraagt dan 100 l/min, alsmede bij het vullen onder druk;
c. het vliegtuig, de tankauto dan wel het tanksysteem, de slangen en al het overige bij het tanken gebruikte materiaal zijn middels een aardklem op blanke metalen delen en met een deugdelijke aardkabel elektrisch geleidend met elkaar verbonden, met uitzondering van geleiding tussen hydrant- en tanksysteem.
a. het vliegtuig en de tankauto dan wel het tanksysteem zijn elektrisch geleidend met elkaar verbonden, met uitzondering van geleiding tussen hydrant- en tanksysteem;
b. het slangmondstuk is, alvorens de vulopening van de vliegtuigtank wordt geopend, elektrisch geleidend met het vliegtuig verbonden, met uitzondering van brandstofsystemen waarvan de afgiftecapaciteit minder bedraagt dan 100 l/min, alsmede bij het vullen onder druk;
c. het vliegtuig, de tankauto dan wel het tanksysteem, de slangen en al het overige bij het tanken gebruikte materiaal zijn middels een aardklem op blanke metalen delen en met een deugdelijke aardkabel elektrisch geleidend met elkaar verbonden, met uitzondering van geleiding tussen hydrant- en tanksysteem.
2. tijdens het tanken van vliegtuigen: a. startwagens of ’Ground Power Units’, verder te noemen GPU’s, in de afhandelings- en tankzone op te stellen;
b. een startwagen of GPU te starten;
c. een startwagen of GPU aan te sluiten of af te koppelen;
d. een in bedrijf zijnde startwagen of GPU bij te vullen met brandstof;
e. APU’s, in werking te stellen, wanneer de uitlaat uitmondt in de tankzone, met dien verstande, dat in het geval dat een APU tijdens het tanken uitvalt, deze slechts dan weer mag worden opgestart, wanneer de brandstofstroom door de afsluiters tot stilstand is gebracht en er geen risico aanwezig is voor de ontsteking van brandstofdampen;
f. voertuigen binnen de tankzone te doen of laten stilstaan anders dan wanneer deze direct bij het laden of lossen van het vliegtuig betrokken zijn;
g. andere dan gasdichte lantaarns of schijnwerpers te gebruiken;
h. flitslampjes of elektronenflitsers te gebruiken binnen de tank- en afhandelingszone;
i. elektrische schakelaars of elektronische schakelaars die geen onderdeel zijn van het vliegtuig in een andere positie te zetten die niet noodzakelijk is voor het tanken, laden of lossen;
j. elektrische apparatuur of elektronische apparatuur van het vliegtuig te testen of te gebruiken, tenzij uit de onderhoud- en gebruiksdocumentatie van het vliegtuig blijkt dat dit is toegestaan;
k. binnen de tankzone brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten.
a. startwagens of ’Ground Power Units’, verder te noemen GPU’s, in de afhandelings- en tankzone op te stellen;
b. een startwagen of GPU te starten;
c. een startwagen of GPU aan te sluiten of af te koppelen;
d. een in bedrijf zijnde startwagen of GPU bij te vullen met brandstof;
e. APU’s, in werking te stellen, wanneer de uitlaat uitmondt in de tankzone, met dien verstande, dat in het geval dat een APU tijdens het tanken uitvalt, deze slechts dan weer mag worden opgestart, wanneer de brandstofstroom door de afsluiters tot stilstand is gebracht en er geen risico aanwezig is voor de ontsteking van brandstofdampen;
f. voertuigen binnen de tankzone te doen of laten stilstaan anders dan wanneer deze direct bij het laden of lossen van het vliegtuig betrokken zijn;
g. andere dan gasdichte lantaarns of schijnwerpers te gebruiken;
h. flitslampjes of elektronenflitsers te gebruiken binnen de tank- en afhandelingszone;
i. elektrische schakelaars of elektronische schakelaars die geen onderdeel zijn van het vliegtuig in een andere positie te zetten die niet noodzakelijk is voor het tanken, laden of lossen;
j. elektrische apparatuur of elektronische apparatuur van het vliegtuig te testen of te gebruiken, tenzij uit de onderhoud- en gebruiksdocumentatie van het vliegtuig blijkt dat dit is toegestaan;
k. binnen de tankzone brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten.