BWBR0010160
Geldig vanaf 1998-12-30
Artikel 19
Algemeen luchthavenreglement
Het is verboden:
a. tankwerkzaamheden te verrichten bij een vliegtuig met een in bedrijf zijnde motor;
b. een tankauto bij een vliegtuig op te stellen dat deze niet onder alle omstandigheden onbelemmerd vooruit naar een veilige zone kan rijden;
c. afhandelingsmaterieel of voertuigen voor een tankauto te plaatsen, dat hierdoor wegrijden wordt belemmerd;
d. een tankauto onbeheerd achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen parkeerplaats;
e. de aanwezige noodstopknoppen van een tank of hydrantensysteem te blokkeren;
f. vliegtuigen te tanken zolang onderdelen van het landingsgestel overmatig zijn verhit;
g. enige handeling te verrichten, die brandgevaar kan vergroten of veroorzaken;
h. vliegtuigbrandstoffen te vervoeren met voertuigen, waarop niet ten minste één brandblusapparaat voorzien van een bewijs van typekeuring en controle datum met voldoende capaciteit en geschikt voor de bestrijding van vloeistofbranden voor onmiddellijk gebruik gereed aanwezig is;
i. te tanken op een ondeugdelijke ondergrond;
j. te tanken voor zover geen maatregelen zijn getroffen ter vermijding van milieu verontreiniging;
k. te tanken zonder brandweertoezicht binnen een straal van 20 meter vanaf hangars of andere gebouwen en voorwerpen die een vonk zouden kunnen veroorzaken;
l. te tanken in hangars zonder brandweertoezicht;
m. te tanken wanneer boven of in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein de weersomstandigheden daartoe aanleiding geven.
a. tankwerkzaamheden te verrichten bij een vliegtuig met een in bedrijf zijnde motor;
b. een tankauto bij een vliegtuig op te stellen dat deze niet onder alle omstandigheden onbelemmerd vooruit naar een veilige zone kan rijden;
c. afhandelingsmaterieel of voertuigen voor een tankauto te plaatsen, dat hierdoor wegrijden wordt belemmerd;
d. een tankauto onbeheerd achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen parkeerplaats;
e. de aanwezige noodstopknoppen van een tank of hydrantensysteem te blokkeren;
f. vliegtuigen te tanken zolang onderdelen van het landingsgestel overmatig zijn verhit;
g. enige handeling te verrichten, die brandgevaar kan vergroten of veroorzaken;
h. vliegtuigbrandstoffen te vervoeren met voertuigen, waarop niet ten minste één brandblusapparaat voorzien van een bewijs van typekeuring en controle datum met voldoende capaciteit en geschikt voor de bestrijding van vloeistofbranden voor onmiddellijk gebruik gereed aanwezig is;
i. te tanken op een ondeugdelijke ondergrond;
j. te tanken voor zover geen maatregelen zijn getroffen ter vermijding van milieu verontreiniging;
k. te tanken zonder brandweertoezicht binnen een straal van 20 meter vanaf hangars of andere gebouwen en voorwerpen die een vonk zouden kunnen veroorzaken;
l. te tanken in hangars zonder brandweertoezicht;
m. te tanken wanneer boven of in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein de weersomstandigheden daartoe aanleiding geven.