BWBR0010160
Geldig vanaf 1998-12-30
Artikel 17
Algemeen luchthavenreglement
1. Voertuigen op het platform of landingsterrein zijn uitgerust met een deugdelijke parkeerrem of andere blokkeerinrichting, die in werking is gesteld indien het bedienend personeel zich niet in of op het voertuig bevindt.
2. Van voertuigen die zich een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang alsmede overdag bij een zicht van minder dan 1500 meter op het platform, de randwegen of het landingsterrein voortbewegen, is de verlichting ontstoken.
3. a. De Minister kan per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen met betrekking tot voertuigen op het luchtvaartterrein;
b. indien voorschriften worden vastgesteld voor het gebruik van voertuigen op airside, kunnen deze in ieder geval voorschriften bevatten met betrekking tot: I. terreinkennis;
II. rijroutes;
III. radiotelefonie procedures;
IV. beperkt zicht operaties;
V. het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen.
I. terreinkennis;
II. rijroutes;
III. radiotelefonie procedures;
IV. beperkt zicht operaties;
V. het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen.
2. Van voertuigen die zich een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang alsmede overdag bij een zicht van minder dan 1500 meter op het platform, de randwegen of het landingsterrein voortbewegen, is de verlichting ontstoken.
3. a. De Minister kan per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen met betrekking tot voertuigen op het luchtvaartterrein;
b. indien voorschriften worden vastgesteld voor het gebruik van voertuigen op airside, kunnen deze in ieder geval voorschriften bevatten met betrekking tot: I. terreinkennis;
II. rijroutes;
III. radiotelefonie procedures;
IV. beperkt zicht operaties;
V. het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen.
I. terreinkennis;
II. rijroutes;
III. radiotelefonie procedures;
IV. beperkt zicht operaties;
V. het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen.