BWBR0010065
Geldig vanaf 1999-01-26
Artikel 5
Besluit milieusubsidies
1. In een programma worden tenminste opgenomen het doel van de subsidieverstrekking, een aanduiding van de in aanmerking komende subsidie-ontvangers en van de subsidiabele kosten, en indien van toepassing: het subsidieplafond, het maximale subsidiepercentage, en het maximale subsidiebedrag.
2. Indien voor een programma een subsidieplafond als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/15.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer</a>, wordt vastgesteld, wordt in dat programma in verband met de besluitvorming over de aanvraag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/15.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15.13, tweede lid, onderdeel d, van de Wet milieubeheer</a>, bepaald of bij de subsidieverlening:
a. wordt beslist in de volgorde van de ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor die beslissing als datum van ontvangst van de aanvraag geldt, of
b. aanvragen met betrekking tot soortgelijke activiteiten gelijktijdig worden beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van het programma.
2. Indien voor een programma een subsidieplafond als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/15.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer</a>, wordt vastgesteld, wordt in dat programma in verband met de besluitvorming over de aanvraag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/15.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15.13, tweede lid, onderdeel d, van de Wet milieubeheer</a>, bepaald of bij de subsidieverlening:
a. wordt beslist in de volgorde van de ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor die beslissing als datum van ontvangst van de aanvraag geldt, of
b. aanvragen met betrekking tot soortgelijke activiteiten gelijktijdig worden beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van het programma.