BWBR0010065
Geldig vanaf 1999-01-26
Artikel 14
Besluit milieusubsidies
1. Tenzij de activiteit niet is uitgevoerd, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend binnen de navolgende termijn na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend:
a. tien maanden, ingeval de subsidie-ontvanger een rechtspersoon is, die krachtens publiekrecht is ingesteld;
b. zes maanden, in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a.
2. De subsidie-ontvanger voegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling:
a. een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat hij aan de verplichtingen heeft voldaan;
b. een financiële verantwoording;
c. indien de gemaakte kosten 10 procent of meer afwijken van de begrotingspost: een toelichting daarop, en
d. indien de subsidie € 50 000 of meer bedraagt: een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, geldt voor de financiële verantwoording, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, dat de indeling en mate van detaillering in overeenstemming moeten zijn met de begroting op basis waarvan subsidie is verleend.
4. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, is artikel 11, tweede lid, onderdelen b, f en g, van toepassing op de aanvraag van de beschikking tot subsidievaststelling, onverminderd het tweede lid.
5. Het tweede lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing op een subsidie waarbij het niet van belang is of de subsidiabele kosten met inachtneming waarvan de hoogte van de subsidie is verleend, ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
6. Indien de activiteit niet is uitgevoerd, kan op aanvraag of ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling worden gegeven. Op een dergelijke aanvraag zijn het tweede en derde lid niet van toepassing.
7. Onze Minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk.
a. tien maanden, ingeval de subsidie-ontvanger een rechtspersoon is, die krachtens publiekrecht is ingesteld;
b. zes maanden, in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a.
2. De subsidie-ontvanger voegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling:
a. een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat hij aan de verplichtingen heeft voldaan;
b. een financiële verantwoording;
c. indien de gemaakte kosten 10 procent of meer afwijken van de begrotingspost: een toelichting daarop, en
d. indien de subsidie € 50 000 of meer bedraagt: een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, geldt voor de financiële verantwoording, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, dat de indeling en mate van detaillering in overeenstemming moeten zijn met de begroting op basis waarvan subsidie is verleend.
4. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, is artikel 11, tweede lid, onderdelen b, f en g, van toepassing op de aanvraag van de beschikking tot subsidievaststelling, onverminderd het tweede lid.
5. Het tweede lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing op een subsidie waarbij het niet van belang is of de subsidiabele kosten met inachtneming waarvan de hoogte van de subsidie is verleend, ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
6. Indien de activiteit niet is uitgevoerd, kan op aanvraag of ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling worden gegeven. Op een dergelijke aanvraag zijn het tweede en derde lid niet van toepassing.
7. Onze Minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk.