BWBR0009753
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 54
Wet Raad voor de Transportveiligheid
1. De kamer kan het verhoor van een getuige, mits deze de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, niet doen plaatsvinden dan nadat deze eerst in handen van de voorzitter de eed of de belofte heeft afgelegd dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Indien een getuige met gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van zijn geestesvermogens, naar het oordeel van de raad, de betekenis van de eed of de belofte niet voldoende beseft, wordt hij op straffe van nietigheid, niet beëdigd of hem de belofte afgenomen, maar wordt hij aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
2. De kamer kan het verhoor van een deskundige niet doen plaatsvinden dan nadat deze eerst in handen van de voorzitter de eed of de belofte heeft afgelegd dat hij zijn verslag naar beste weten zal uitbrengen.
3. Getuigen en deskundigen zijn verplicht desgevraagd door de voorzitter van de kamer de eed of belofte te doen en getuigenis af te leggen of hun diensten als deskundige te verlenen, een en ander behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim.
4. Van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen kunnen zich verschonen zij die daardoor zichzelf of een van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde graad of hun echtgenoot of vroegere echtgenoot dan wel geregistreerde partner of vroegere geregistreerde partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling of een nadelige civielrechtelijke uitspraak zouden blootstellen.
5. Van het verhoor van getuigen en deskundigen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de voorzitter van de kamer en de secretaris wordt ondertekend.
2. De kamer kan het verhoor van een deskundige niet doen plaatsvinden dan nadat deze eerst in handen van de voorzitter de eed of de belofte heeft afgelegd dat hij zijn verslag naar beste weten zal uitbrengen.
3. Getuigen en deskundigen zijn verplicht desgevraagd door de voorzitter van de kamer de eed of belofte te doen en getuigenis af te leggen of hun diensten als deskundige te verlenen, een en ander behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim.
4. Van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen kunnen zich verschonen zij die daardoor zichzelf of een van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde graad of hun echtgenoot of vroegere echtgenoot dan wel geregistreerde partner of vroegere geregistreerde partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling of een nadelige civielrechtelijke uitspraak zouden blootstellen.
5. Van het verhoor van getuigen en deskundigen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de voorzitter van de kamer en de secretaris wordt ondertekend.