BWBR0009753
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 53
Wet Raad voor de Transportveiligheid
1. De voorzitter van de kamer roept de personen die hij als getuige of deskundige wenst te horen, op. Zonodig kan de voorzitter van een kamer de oproepingen bij deurwaardersexploot doen betekenen. Tussen de dag waarop de oproeping is betekend en die van de zitting liggen ten minste twee weken.
2. Een ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht voor de kamer te verschijnen.
3. Indien de getuige of deskundige aan wie de oproeping is betekend, niet verschijnt, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige beschrijving van de oproeping bevat en door de voorzitter van de kamer wordt ondertekend.
4. Het proces-verbaal van niet-verschijning levert behoudens tegenbewijs, volledig bewijs op van hetgeen daarin staat vermeld.
5. De voorzitter van een kamer kan de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de raad zitting houdt, verzoeken de getuige of deskundige bij niet verschijnen ter zitting van de kamer te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
6. Betrokkenen hebben het recht op hun verzoek als getuigen ter zitting te worden gehoord indien zij niet door de kamer zijn opgeroepen. Andere belanghebbenden kunnen op hun verzoek ter zitting worden gehoord.
2. Een ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht voor de kamer te verschijnen.
3. Indien de getuige of deskundige aan wie de oproeping is betekend, niet verschijnt, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige beschrijving van de oproeping bevat en door de voorzitter van de kamer wordt ondertekend.
4. Het proces-verbaal van niet-verschijning levert behoudens tegenbewijs, volledig bewijs op van hetgeen daarin staat vermeld.
5. De voorzitter van een kamer kan de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de raad zitting houdt, verzoeken de getuige of deskundige bij niet verschijnen ter zitting van de kamer te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
6. Betrokkenen hebben het recht op hun verzoek als getuigen ter zitting te worden gehoord indien zij niet door de kamer zijn opgeroepen. Andere belanghebbenden kunnen op hun verzoek ter zitting worden gehoord.