BWBR0009753
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 3
Wet Raad voor de Transportveiligheid
1. De raad heeft, met het uitsluitende doel toekomstige ongevallen of incidenten te voorkomen, tot taak te onderzoeken en vast te stellen wat de oorzaken of vermoedelijke oorzaken van individuele of categorieën ongevallen en incidenten zijn en, indien de uitkomsten van een en ander daartoe aanleiding geven, daaraan veiligheidsaanbevelingen te verbinden.
2. De raad stelt een onderzoek in naar ongevallen en ernstige incidenten met:
a. luchtvaartuigen op of boven Nederlands grondgebied met inbegrip van de territoriale zee;
b. Nederlandse luchtvaartuigen boven volle zee;
c. Nederlandse luchtvaartuigen in het buitenland, indien de betrokken staat geen onderzoek instelt, indien deze het onderzoek aan de Nederlandse autoriteiten overlaat of indien niet kan worden vastgesteld dat de plaats van het voorval binnen het grondgebied van enige staat ligt en niet met een andere staat wordt overeengekomen dat deze het onderzoek verricht.
3. De raad stelt een onderzoek in naar ongevallen met:
a. zeeschepen, varende in Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie, met dien verstande dat indien bij het ongeval een schip is betrokken of het ongeval een schip betreft dat de vlag van een andere staat voert, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
b. Nederlandse zeeschepen, varende in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie, met dien verstande dat indien de met betrekking tot die wateren bevoegde staat, de Nederlandse Antillen of Aruba een onderzoek instelt, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat, de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba tenzij die daaraan geen medewerking verleent, en indien bij het ongeval tevens een ander schip betrokken is en de staat waarvan dat schip de vlag voert een onderzoek instelt, het onderzoek in samenwerking met die staat uitgevoerd wordt tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
c. Nederlandse zeeschepen, varende op volle zee, met dien verstande dat indien het ongeval verlies van het leven van of ernstig letsel aan onderdanen van een andere staat of ernstige schade aan schepen of installaties van een andere staat heeft veroorzaakt, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
d. andere schepen dan zeeschepen, varende in Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie.
4. De raad kan een onderzoek naar een incident dat niet een ernstig incident met een luchtvaartuig is, alleen instellen voorzover dat van belang kan zijn voor het doen van veiligheidsaanbevelingen.
5. De raad kan een onderzoek naar een wegenverkeersongeval alleen instellen voorzover dat van belang kan zijn voor het doen van veiligheidsaanbevelingen.
6. De raad kan het onderzoek naar een luchtvaartongeval of een ernstig incident met een ander dan een Nederlands luchtvaartuig geheel of gedeeltelijk overlaten aan de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven of de staat van de exploitant indien deze naar zijn oordeel op voldoende deskundige wijze het onderzoek zal verrichten.
2. De raad stelt een onderzoek in naar ongevallen en ernstige incidenten met:
a. luchtvaartuigen op of boven Nederlands grondgebied met inbegrip van de territoriale zee;
b. Nederlandse luchtvaartuigen boven volle zee;
c. Nederlandse luchtvaartuigen in het buitenland, indien de betrokken staat geen onderzoek instelt, indien deze het onderzoek aan de Nederlandse autoriteiten overlaat of indien niet kan worden vastgesteld dat de plaats van het voorval binnen het grondgebied van enige staat ligt en niet met een andere staat wordt overeengekomen dat deze het onderzoek verricht.
3. De raad stelt een onderzoek in naar ongevallen met:
a. zeeschepen, varende in Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie, met dien verstande dat indien bij het ongeval een schip is betrokken of het ongeval een schip betreft dat de vlag van een andere staat voert, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
b. Nederlandse zeeschepen, varende in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie, met dien verstande dat indien de met betrekking tot die wateren bevoegde staat, de Nederlandse Antillen of Aruba een onderzoek instelt, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat, de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba tenzij die daaraan geen medewerking verleent, en indien bij het ongeval tevens een ander schip betrokken is en de staat waarvan dat schip de vlag voert een onderzoek instelt, het onderzoek in samenwerking met die staat uitgevoerd wordt tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
c. Nederlandse zeeschepen, varende op volle zee, met dien verstande dat indien het ongeval verlies van het leven van of ernstig letsel aan onderdanen van een andere staat of ernstige schade aan schepen of installaties van een andere staat heeft veroorzaakt, het onderzoek uitgevoerd wordt in samenwerking met die andere staat tenzij die daaraan geen medewerking verleent;
d. andere schepen dan zeeschepen, varende in Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie.
4. De raad kan een onderzoek naar een incident dat niet een ernstig incident met een luchtvaartuig is, alleen instellen voorzover dat van belang kan zijn voor het doen van veiligheidsaanbevelingen.
5. De raad kan een onderzoek naar een wegenverkeersongeval alleen instellen voorzover dat van belang kan zijn voor het doen van veiligheidsaanbevelingen.
6. De raad kan het onderzoek naar een luchtvaartongeval of een ernstig incident met een ander dan een Nederlands luchtvaartuig geheel of gedeeltelijk overlaten aan de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven of de staat van de exploitant indien deze naar zijn oordeel op voldoende deskundige wijze het onderzoek zal verrichten.