BWBR0009383
Geldig vanaf 1998-03-07
Artikel 9
Regeling grondtekens en markeringen
Indien op een luchtvaartterrein eveneens of uitsluitend wordt opgestegen van en geland op een of meer onverharde banen, is (zijn) deze gemarkeerd door middel van witte kegels of emmers met een totale hoogte van 45 centimeter boven het maaiveld en volgens een patroon als bedoeld in figuur 35. Teneinde het verplaatsen van kegels bij wisseling van start- en landingsrichting te vermijden, kan de markering ook symmetrisch worden uitgevoerd. De markering is zodanig van constructie dat deze bij een aanvaring zo min mogelijk schade aan het vliegtuig toebrengt.
Indien weersomstandigheden kunnen worden verwacht ten gevolge waarvan de aangebrachte markering, bedoeld in artikel 9.1, niet goed zichtbaar zal zijn, is een sneeuwmarkering in de kleur oranje of rood duidelijk zichtbaar langs de in gebruik zijnde baan geplaatst, te weten langs de baanrand en loodrecht op de baanrichting. De afstand tussen de sneeuwmarkeringen bedraagt ten hoogste l00 meter, te beginnen bij de drempel van de baan. De sneeuwmarkering is zodanig van constructie dat deze bij een aanvaring zo min mogelijk schade aan het vliegtuig toebrengt.
Indien weersomstandigheden kunnen worden verwacht ten gevolge waarvan de aangebrachte markering, bedoeld in artikel 9.1, niet goed zichtbaar zal zijn, is een sneeuwmarkering in de kleur oranje of rood duidelijk zichtbaar langs de in gebruik zijnde baan geplaatst, te weten langs de baanrand en loodrecht op de baanrichting. De afstand tussen de sneeuwmarkeringen bedraagt ten hoogste l00 meter, te beginnen bij de drempel van de baan. De sneeuwmarkering is zodanig van constructie dat deze bij een aanvaring zo min mogelijk schade aan het vliegtuig toebrengt.