Het gedeelte van een landingsterrein als bedoeld in
artikel 139, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, alsmede het gedeelte van een platform als bedoeld in
artikel 140, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, dat onveilig is voor het gebruik door luchtvaartuigen, is aangeduid door:
a. merkbakens als bedoeld in artikel 4.1 of oranje of rode kegels met een hoogte van ten minste 50 centimeter of vlaggen als bedoeld in figuur 23. De merkbakens, kegels of vlaggen zijn ten hoogste 10 meter van elkaar langs de grens van het onbruikbare gedeelte geplaatst; of
b. een afzetting van touwen met vlaggetjes in sprekende kleuren of rood-wit gekleurd lint op paaltjes van ten minste 0,75 meter hoogte, dan wel een afzetting middels vaten verbonden door planken geschilderd in obstakelkleuren. Deze afzettingen zijn langs de grens van het onbruikbare gedeelte geplaatst; of
c. indien het onbruikbare gedeelte het landingsterrein betreft, met uitzondering van banen en rijbanen, een voldoend aantal grondtekens als bedoeld in figuur 5a. Deze grondtekens worden binnen de grens van het onbruikbare gedeelte geplaatst.
Indien een baan of een gedeelte daarvan onbruikbaar is, is dit aangeduid door middel van:
a. witte kruizen als bedoeld in figuur 5a. Aan beide zijden van het onbruikbare gedeelte is één kruis geplaatst en voorts zodanig daartussen, dat de onderlinge afstand ten hoogste 300 meter bedraagt. Indien het onbruikbare gedeelte een lengte heeft van minder dan 100 meter wordt slechts één wit kruis geplaatst. Bij het toepassen van een wit kruis bij een tijdelijk onbruikbaar gedeelte behoeft geen gebruik te worden gemaakt van verf; en
b. merkbakens als bedoeld in artikel 4.1, geplaatst op de beide uiteinden van het onbruikbare gedeelte, of
c. horizontaal rood-wit gestreepte kegels of vlaggen als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel a, geplaatst op de beide uiteinden van het onbruikbare gedeelte, of
d. touwen met vlaggetjes of rood-wit gekleurd lint als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel b, geplaatst op de beide uiteinden van het onbruikbare gedeelte, of
e. aanvullende of andere markeringen, indien daarvoor door Onze Minister toestemming is verleend.
Indien een rijbaan of een gedeelte daarvan onbruikbaar is, is dit aangeduid door middel van bakens als bedoeld in artikel 6.1 op de beide uiteinden van de rijbaan of het gedeelte daarvan en voorts aan beide zijden van het onbruikbare gedeelte door een geel kruis als bedoeld in figuur 5b.
Indien een rijbaan of gedeelte daarvan voor zeer beperkte duur onbruikbaar is, kan Onze Minister op verzoek toestemming verlenen voor het achterwege laten van de plaatsing van gele kruizen als bedoeld in artikel 6.3.
Indien de onbruikbaarheid een permanent karakter draagt, zijn alle normale dagkenmerken op baan en rijbaan verwijderd, onverminderd het gestelde in artikel 7.3met betrekking tot verplaatste drempels.
Indien een onbruikbare (rij)baan of gedeelte daarvan wordt gekruist door of aansluit aan een bruikbare (rij)baan, zijn ter plaatse van de kruising of de aansluiting de gesloten toegangen tot de onbruikbare (rij)baangedeelten als zodanig aangeduid door middel van de afzetting, bedoeld in artikel 6.1. Hierbij wordt rekening gehouden met de hindernisseparaties, bedoeld in tabel 3.1 van bijlage 14 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (ICAO-Annex 14).