BWBR0009383
Geldig vanaf 1998-03-07
Artikel 5
Regeling grondtekens en markeringen
Blijvende hindernissen, welke niet in de ’schaduw’ van andere meer van betekenis zijnde hindernissen zijn gesitueerd, zijn waar mogelijk door middel van kleur aangeduid op de volgende per afmeting verschillende wijzen:
a. Hindernissen met in principe ononderbroken oppervlakken waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig verticaal vlak in zowel horizontale als in verticale richting groter dan of gelijk aan 4,5 meter zijn, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 18. De hoeken hebben de meest donkere kleur. Indien mogelijk zijn de kleuren oranje of rood en wit gebruikt. Beide kleuren contrasteren zowel met elkaar als met de achtergrond.
b. Hindernissen met in principe ononderbroken oppervlakken waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig verticaal vlak in horizontale of verticale richting meer bedragen dan 1,5 meter en in de andere richting minder bedragen dan 4,5 meter, alsmede hindernissen van een zogenaamde open constructie met afmetingen in beide richtingen van meer dan 1,5 meter, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 19. De bandbreedte is afhankelijk van de grootste afmeting en wordt volgens tabel I berekend. De banden staan loodrecht op de hoofdas en de begrenzingen hebben de meest donkere kleur. Indien mogelijk zijn de kleuren oranje of rood en wit gebruikt. Beide kleuren contrasteren zowel met elkaar als met hun achtergrond.
c. Hindernissen waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig vlak zowel in horizontale als verticale richting kleiner dan of gelijk aan 1,5 meter zijn, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 20. Indien mogelijk wordt de kleur oranje of rood gebruikt.
Hindernissen die naar het oordeel van Onze Minister niet voldoende opvallen door hun vorm, afmetingen of kleuren worden op hun hoogste punt(en), en voor zover nodig ook op andere plaatsen, aangegeven door één of meer vlaggen, op onderlinge afstand van ten hoogste 15 meter. Deze vlaggen hebben kleur en afmetingen als bedoeld in figuur 21.
Voertuigen voeren op het hoogste gedeelte, rondom zichtbaar, ten minste één rood-wit geblokte vlag als bedoeld in figuur 22 of een oranje zwaailicht, uitgezonderd de volgende categorieën:
a. voertuigen, die door de exploitant zijn bestemd voor gebruik op het luchtvaartterrein ten dienste van het toezicht op de orde en veiligheid; deze voertuigen zijn geel;
b. voertuigen, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van de afhandeling van vliegtuigen op het platform bevinden;
c. voertuigen, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden op het landingsterrein bevinden en zijn voorzien van een rood-wit geblokt dak;
d. voertuigen in eigendom van de exploitant, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van het dagelijks onderhoud op het landingsterrein bevinden; deze voertuigen zijn geel;
e. brandweer- en reddingsvoertuigen; deze voertuigen zijn geel, rood of oranje.
a. Hindernissen met in principe ononderbroken oppervlakken waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig verticaal vlak in zowel horizontale als in verticale richting groter dan of gelijk aan 4,5 meter zijn, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 18. De hoeken hebben de meest donkere kleur. Indien mogelijk zijn de kleuren oranje of rood en wit gebruikt. Beide kleuren contrasteren zowel met elkaar als met de achtergrond.
b. Hindernissen met in principe ononderbroken oppervlakken waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig verticaal vlak in horizontale of verticale richting meer bedragen dan 1,5 meter en in de andere richting minder bedragen dan 4,5 meter, alsmede hindernissen van een zogenaamde open constructie met afmetingen in beide richtingen van meer dan 1,5 meter, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 19. De bandbreedte is afhankelijk van de grootste afmeting en wordt volgens tabel I berekend. De banden staan loodrecht op de hoofdas en de begrenzingen hebben de meest donkere kleur. Indien mogelijk zijn de kleuren oranje of rood en wit gebruikt. Beide kleuren contrasteren zowel met elkaar als met hun achtergrond.
c. Hindernissen waarvan de afmetingen bij een projectie op een willekeurig vlak zowel in horizontale als verticale richting kleiner dan of gelijk aan 1,5 meter zijn, zijn aangeduid op de wijze, bedoeld in figuur 20. Indien mogelijk wordt de kleur oranje of rood gebruikt.
Hindernissen die naar het oordeel van Onze Minister niet voldoende opvallen door hun vorm, afmetingen of kleuren worden op hun hoogste punt(en), en voor zover nodig ook op andere plaatsen, aangegeven door één of meer vlaggen, op onderlinge afstand van ten hoogste 15 meter. Deze vlaggen hebben kleur en afmetingen als bedoeld in figuur 21.
Voertuigen voeren op het hoogste gedeelte, rondom zichtbaar, ten minste één rood-wit geblokte vlag als bedoeld in figuur 22 of een oranje zwaailicht, uitgezonderd de volgende categorieën:
a. voertuigen, die door de exploitant zijn bestemd voor gebruik op het luchtvaartterrein ten dienste van het toezicht op de orde en veiligheid; deze voertuigen zijn geel;
b. voertuigen, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van de afhandeling van vliegtuigen op het platform bevinden;
c. voertuigen, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden op het landingsterrein bevinden en zijn voorzien van een rood-wit geblokt dak;
d. voertuigen in eigendom van de exploitant, die zich met toestemming van de havenmeester ten behoeve van het dagelijks onderhoud op het landingsterrein bevinden; deze voertuigen zijn geel;
e. brandweer- en reddingsvoertuigen; deze voertuigen zijn geel, rood of oranje.