BWBR0009355
Geldig vanaf 1998-03-01
Artikel 24
Lozingenbesluit Wvo vaste objecten
1. Onverminderd paragraaf 3.1, gelden voor de afschermingsklasse VI de volgende voorschriften:
a. een hulpconstructie omsluit de ruimte waarin wordt gewerkt volledig;
b. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn stofdicht;
c. de wanden van de hulpconstructie sluiten stofdicht op elkaar aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken;
d. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object, sluit de hulpconstructie op het vaste object stofdicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken;
e. indien in de hulpconstructie wordt afgezogen bedraagt het stofgehalte van de geëmitteerde lucht niet meer dan 10 mg/N m3, en
f. binnen de hulpconstructie is tijdens reinigingswerkzaamheden sprake van een permanente onderdruk.
2. Het stofgehalte bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt bepaald volgens NEN/ISO 9096.
3. Artikel 16, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op straalmiddelen met een klimatiserende functie die worden gebruikt bij werkzaamheden met behulp van een techniek uit cluster 4.2.
a. een hulpconstructie omsluit de ruimte waarin wordt gewerkt volledig;
b. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn stofdicht;
c. de wanden van de hulpconstructie sluiten stofdicht op elkaar aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken;
d. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object, sluit de hulpconstructie op het vaste object stofdicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken;
e. indien in de hulpconstructie wordt afgezogen bedraagt het stofgehalte van de geëmitteerde lucht niet meer dan 10 mg/N m3, en
f. binnen de hulpconstructie is tijdens reinigingswerkzaamheden sprake van een permanente onderdruk.
2. Het stofgehalte bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt bepaald volgens NEN/ISO 9096.
3. Artikel 16, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op straalmiddelen met een klimatiserende functie die worden gebruikt bij werkzaamheden met behulp van een techniek uit cluster 4.2.