BWBR0009355
Geldig vanaf 1998-03-01
Artikel 22
Lozingenbesluit Wvo vaste objecten
Onverminderd paragraaf 3.1, gelden voor de afschermingsklasse IV de volgende voorschriften:
a. een hulpconstructie omsluit de ruimte waarin wordt gewerkt volledig;
b. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn vloeistofdicht en sluiten vloeistofdicht op elkaar aan, indien werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 3 of 6;
c. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn winddicht en sluiten winddicht op elkaar aan, indien werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 4.2;
d. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object en werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 3 of 6, sluit de hulpconstructie daarop vloeistofdicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken, en
e. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object en werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 4.2, sluit de hulpconstructie daarop winddicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken.
a. een hulpconstructie omsluit de ruimte waarin wordt gewerkt volledig;
b. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn vloeistofdicht en sluiten vloeistofdicht op elkaar aan, indien werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 3 of 6;
c. de zij- en bovenwanden van de hulpconstructie zijn winddicht en sluiten winddicht op elkaar aan, indien werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 4.2;
d. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object en werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 3 of 6, sluit de hulpconstructie daarop vloeistofdicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken, en
e. indien de hulpconstructie deel uitmaakt van het vaste object en werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een techniek uit cluster 4.2, sluit de hulpconstructie daarop winddicht aan en zodanig dat geen stoffen tussen de opstaande randen van de vloer en de wanden van de hulpconstructie kunnen geraken.